Download hier het hele parochieplan 2020 – 2025.

Pastorale overweging

Verandering

20 maart 2022

Het nieuwe parochieplan van de parochie dat in de kerk ligt en dat via de website van de parochie is te downloaden, wil een blik geven op de toekomst van onze geloofsgemeenschappen. Gezien de cijfers van de gelovige betrokkenheid en financiën zouden we kunnen concluderen dat het niet goed gaat met de parochie maar het plan wil vooral stilstaan bij de kansen die deze tijd ook te bieden heeft. Eigenlijk hopen we te gaan van kwantiteit, de volle kerken van vroeger, naar kwaliteit, naar leerling zijn van Jezus, met het geloof in het hart en op de tong. Daar is nog wel een en ander voor nodig maar er zijn genoeg voorbeelden die laten zien dat het kan. Jongeren die God werkelijk in hun leven ervaren en ouderen die die zich geleid voelen door Gods Geest. Het kan zomaar gebeuren en het geeft een ‘boost’ aan ons parochieleven.
In de lezingen van deze zondag gaat het om de bemoeienis van God met deze wereld. God is bekommert om zijn mensen en blijft ons telkens roepen om ons te bekeren en mens te worden naar Zijn hart. Dan verandert ook de wereld ten goede en kan er vrede komen waar oorlog is en geweld. En zolang God met ons bezig is, is er hoop voor de wereld van vandaag, voor de parochie van morgen.                  

Diaken Egbert Bornhijm

Even in de schijnwerper

13 maart 2022

In het evangelie van komende zondag lezen we hoe Jezus een stukje hemel op aarde heeft ervaren, Hij stond op de berg Tabor even in de schijnwerpers, in het volle licht. Maar deze ervaring was maar heel tijdelijk. Voor Petrus mocht hij wel voortduren, liefst zo lang mogelijk. Maar Jezus besefte heel goed dat dit maar een momentopname was, dat hij nog een lange en moeilijke weg moest gaan. Hij wist dat hij veel zou moeten loslaten dat hem dierbaar was, en als grootste offer, dat hij zijn leven moest loslaten.
Alle mensen dromen wel van gelukservaringen, van momenten die oplichten in je leven, momenten dat je blij en gelukkig bent. En net als Petrus willen we maar al te graag dat die ervaringen blijvend zijn en vooral ook liefst op een gemakkelijke manier. Maar Jezus wist dat een beetje wegdromen heel fijn kan zijn maar dat hij weer aan het werk moest. Hij had een zending te vervullen en hij wist dat die zwaar zou worden. Maar daar op de berg Tabor liet hij zich inspireren en moed inspreken door een paar grote mensen uit de joodse geschiedenis: Mozes en Elia. Zij hebben een groot stempel gedrukt op het joodse volk, en zij waren voor Jezus de grote inspiratie om door te gaan.
Een stukje hemel op aarde. Durven we daar nog van te dromen? Zeker nu in deze onzekere tijd van oorlogsdreiging. En durven we na te denken over de juiste weg om dat te verwerkelijken. Een weg van zorg en aandacht voor medemensen, dichtbij en veraf. En laten we ons daarbij ook inspireren door mensen uit het verleden, vooral door die Jezus van Nazareth, ons grote voorbeeld. Zijn weg is niet de gemakkelijkste maar wel de juiste weg.

Kees Waas,   Pastoraal werker

Wai hebbe we te vieren

27 februari 2022

Vieren en vieren is twee. Want om feest te vieren kunnen we van alles organiseren maar we zijn ook afhankelijk of er wel mensen zijn die naar ons feest willen komen.
We vieren Carnaval maar voor menigeen is het dé gelegenheid om op wintersport te gaan of een vakantie te boeken naar warmere oorden. Ook zijn er nog velen die het niet aandurven om met zoveel mensen al bij elkaar te zijn omdat ze bang zijn besmet te raken door het Coronavirus. Dus na twee jaar geen Carnaval te hebben gevierd zal het nog wel even wennen zijn.
In het Evangelie is er iemand die ook een feest wil geven maar zijn gasten laten het een voor een afweten. Iedereen heeft wel een smoes om niet te komen. “En dat zijn dan je vrienden”! Maar de gastheer laat zich niet zo snel uit het veld slaan. Hij geeft zijn bedienden opdracht om mensen van de straat te plukken: bedelaars, armen, voorbijgangers, het maakt niet uit. En zelfs buiten het dorp worden mensen gevraagd te komen.
En zo, wordt er van de nood een deugd gemaakt; van een lijstje met genodigden wordt het een bonte stoet van mensen, en iedereen is welkom.
Het zal een heel ander feest worden dan gedacht maar zeker niet minder.

Ik wens Prins Barth en zijn Raad een mooi feest toe.

Diaken Egbert Bornhijm

Sint Petrus’stoel (feest)

St. Petrus’ Stoel (Feest)

Op 22 februari viert de Kerk het feest van sint Petrus’ Stoel, d.w.z., zijn cathedra of zetel waaruit hij toen zijn ambt als bisschop van Rome uitoefende. Dit feest werd reeds sedert de 4e eeuw te Rome op deze dag gevierd en wel met de bedoeling getuigenis af te leggen van de eenheid van de Kerk die op hem als Apostel gegrondvest is; het is dus de gedenkdag van de apostolische oorsprong van de zetel of het ambt van de bisschop van Rome. Aan hem zei de Heer: “Gij zijt Petrus en op deze steenrots zal Ik mijn Kerk bouwen”. Toen Christus de Twaalf aanstelde “maakte Hij van hen een college of vaste groep (corps) en stelde Hij de apostel Petrus, uit hun midden gekozen, aan hun hoofd”. Zoals Petrus en de andere apostelen één apostolisch college vormen door de instelling van de Heer, zo zijn op gelijke wijze de paus van Rome, de opvolger van Petrus, en de bisschoppen, de opvolgers van de apostelen, met elkaar verbonden. De Heer heeft alleen van Simon, aan wie Hij de bijnaam Petrus (“rots”) gaf, de rots van zijn Kerk gemaakt. Tevens heeft Hij hem de sleutels ervan overhandigd.
Hij heeft hem aangesteld tot herder van heel de kudde. Petrus’ stoel neemt dus naar het woord van de heilige Ignatius van Antiochië de voorzittersplaats van de universele liefdesgemeenschap van de gelovigen in. Later heeft de paus zijn bisschopszetel naar de kerk van sint Jan in Lateraan verplaatst. Deze kerk fungeert nog steeds als Domkerk van de paus in Rome. Alhoewel de cathedra  met het ambt te maken heeft, is ’t niet enkel een teken van zijn gezag als herder maar juist de plaats waaruit sint Petrus en alle pausen hun onderricht gaven, d.w.z., de zetel van het kerkelijk leergezag (catechese) om de gelovigen te leiden en begeleiden. Symbolisch kan men de Heilige Stoel in de apsis van de sint Pieter Basiliek door vier Kerkvaders gedragen zien. Laten we omwille van dit feest voor de eenheid van alle christenen in de waarheid bidden en tevens dat het steeds meer kennis door een goede catechese voor kinderen, jeugd en ouderen verspreid wordt.  

Pastoor Federico Ceriani

Zesde zondag door het jaar C (2022)

In de verschillende evangelieteksten zien we een Jezus die heel uitdrukkelijk kiest voor de underdog, de onderlaag, voor degenen die niet meetellen, niet in tel zijn. Dat waren in die samenleving van toen de zieken, de melaatsen, maar ook de zondaars en tollenaars, de armen en onderdrukten.

In woord en daad geeft Jezus hun hoop op een betere toekomst. In het koninkrijk van God dat hij preekt, zullen zij het beter krijgen, want in dat koninkrijk zullen mensen elkaar met liefde bejegenen, echt zorg dragen voor elkaar en alles samen delen.
Dat is tenminste de bedoeling. En dat koninkrijk is niet de hemel na dit leven, dat koninkrijk moet in het hier en nu waargemaakt worden.
We zien in de evangelieverhalen ook steeds weer een Jezus die fel van leer trekt tegen de bovenlaag, de hoge heren, de welgestelden en hij verwijt hen steeds dat ze alleen aan zichzelf denken, of alleen aan de regels die ze samen bedacht hebben om bij God in een goed blaadje te komen, om hun positie veilig te stellen, ook al is dat ten koste van medemensen. Hij verwijt ze nogal eens dat ze huichelaars zijn, dat zij zich mooier voordoen dan ze in werkelijkheid zijn.
Tegen deze achtergrond moet je ook de radicale uitspraken uit het evangelie van komende zondag zien. Armoede en ellende zijn beslist niet zaligmakend, ook niet in Jezus’ ogen. En welvaart en genieten van het leven zijn beslist niet verkeerd. Maar als dat koninkrijk van God dat Jezus preekte, werkelijkheid wordt, als rijken en armen alles samen delen, dan is er genoeg voor iedereen. Maar Jezus besefte heel goed dat dit juist voor de rijken heel moeilijk zou zijn. Daarom geldt hier de grote regel van Gods koninkrijk: je leven en alles wat daarin belangrijk is, delen met anderen, maakt je gelukkiger dan wanneer je alles voor jezelf alleen wil houden.

Kees Waas, pastoraal werker

Volharding

Nu de versoepelingen weer een beetje het normale leven in gang zet lezen we toch elke dag hoeveel mensen positief besmet raken en vervolgens in quarantaine terecht komen. Ik kan zo vijf mensen opnoemen die het nu treft of getroffen heeft. Een mini-lockdown want het gaat alleen om een gezin maar toch wel weer ingrijpend: boodschappen worden voor de deur afgeleverd en kinderen zitten weer voor hun laptop les te volgen. We denken heel snel en hebben er ook behoefte aan, nu gaat het weer de goede kant op en heb ik meer ruimte om me vrijer te bewegen. En dan plots worden we weer teruggeworpen op de realiteit van de dag. In het evangelie roept Jezus zijn leerlingen. Het zijn de vissers Petrus en Jacobus en Johannes die zich bij Jezus beklagen over de slechte vangst van de nacht op het meer van Galilea. Ze hebben het helemaal gehad. Als Jezus zegt, gooi nog maar een keer de netten uit, zie je hun gezichten vol met ongeloof. Maar Jezus dringt aan, dus vooruit maar. Pas wanneer de vangst overweldigend is beginnen de ogen te stralen. Volhouden, ook wanneer het tegen zit is niet zo gemakkelijk. Volgen we de Heer dan is Hij vaak in staat om ons positieve energie te geven. Hou vol roept Hij ons toe!.

Diaken Egbert Bornhijm

Maria Lichtmis. Dag van het Godgewijde leven

Komende week op 2 februari viert de Kerk elk jaar het Feest van de Opdracht van Jezus in de Tempel of naar de oude benaming Maria Lichtmis. Het feest vormt een schakel tussen Kerstmis en Pasen. Dit feest valt 40 dagen na Kerstmis en kondigt vooraf dat er een paar weken later, namelijk na carnaval, de 40 dagen van de vastentijd aanvangen. Onze communicanten hebben in de catechese geleerd over deze tijdperken van 40 dagen die dikwijls in het kerkelijk jaar voorkomen, meestal als een periode van voorbereiding op iets dat zal volgen en ontwikkelen. Na de geboorte van de Heer kwam onze lieve Vrouw met het Kind Jezus in haar armen samen met sint Josef naar de Tempel. Met Kerstmis “daagde het Licht in de duisternis” van onze wereld en het waren er slechts weinigen die het hebben aanvaard. Met ‘s Heren Openbaring straalde het Licht over Jeruzalem en heidense sterrenkundigen stroomden naar deze stad van het Licht. Bij Marialichtmis straalt het Licht met de liturgie bij de kaarsenwijding. Christus is het Licht, door de Heilige Geest aan de grijsaard Simeon geopenbaard als een stralend Licht voor alle volkeren en als glorie voor Gods volk. De opdracht van de Heer in zijn eigen Huis, de Tempel te Jeruzalem, stelt tevens een teken voor het godgewijde leven zoals door paus Johannes-Paulus II in 1997 uitgeroepen. In onze soms sombere samenleving kunnen we het goddelijk licht voor hopeloze uitzichten goed gebruiken; en ook voorbeelden van godgewijd leven zijn welkom. Laten we juist in deze dagen hierom de Heer smeken, namelijk om licht voor onze geestelijke ogen en om heilige mannen en vrouwen die zich van harte aan Hem toe willen wijden zodat zij voor hun medemensen een steunpilaar erna mogen zijn.

Pastoor Federico

Derde zondag door het jaar C (2022)

ZONDAG, 23 januari 2022         3e zondag door het jaar.

In het evangelie lezen we hoe Jezus de boekrol kreeg aangereikt met een heel fundamentele tekst van Jesaja. Jesaja beschrijft daarin de Messias, de gezondene van God, een man die, gedreven door de Geest, aan de armen een blijde boodschap brengt, en je kunt armen alleen blij maken als je ze een beter leven bezorgt, een man die gevangenen en verdrukten vrij maakt, die mensen die verblind zijn geraakt, weer het juiste zicht op zaken geeft, die een genadejaar verkondigt, d.w.z. die een streep onder het verleden zet en een nieuw begin maakt. En als Jezus die tekst heeft voorgelezen, voegt hij er doodnuchter aan toe: wel, wat je hier gehoord hebt, is nu werkelijkheid geworden, want ik ga de dingen doen die Jesaja genoemd heeft.
Wij geloven in Jezus als Messias, als degene die heel concreet de dingen deed waar Jesaja over sprak. Maar diezelfde Jezus vraagt van ons om precies dezelfde dingen te doen. Hij daagt ons uit om zelf Messias te zijn in onze wereld, in onze tijd.
Dan rijst de vraag: brengen wij een blijde boodschap aan de armen in de wereld? Brengen wij een stuk bevrijding aan mensen die op de een of andere manier gevangenen van zichzelf, van hun levenssituatie, van hun omgeving zijn? Dragen wij bij aan een goed zicht op de werkelijke waarden en normen, waar zovelen toch een beetje blind voor geworden zijn? Kunnen wij een streep zetten onder het verleden en een nieuw begin maken?
Dat zijn vragen die ons bezig moeten houden als we ons geloof in Jezus serieus nemen. Dat gaat even verder dan meebidden en meezingen in de kerk. Dat gaat over meepraten over geloofszaken.
Veel mensen durven het niet aan om over hun geloof te praten, ook al omdat ze er niet meer zoveel van weten. Daarom starten we deze maand (als corona het toelaat) met Alpha. In meerdere fysieke bijeenkomsten komen we bij elkaar in Raamsdonk en gaan we op zoektocht met mensen die over het geloof vertellen en daarna over wat we zelf vinden. Niet om elkaar te overtuigen maar om naar elkaar te luisteren.
Maar gelovig-zijn is niet alleen om over te praten, hoewel dat op zijn tijd heel goed en heilzaam kan zijn. Gelovig zijn is ook iets dat je doet, met elkaar en voor elkaar, met name voor hen die in de knel zitten. Ook dat mogen we ook niet uit het oog verliezen.

Pastor Kees Waas

Wijn

In deze tijd wordt het gebrek aan sociaal contact steeds meer als hinderlijk ervaren. Bruiloften worden uitgesteld, verjaardagen worden sober gevierd.

Sociale contacten zijn belangrijk voor het menselijke bestaan.

Ze zijn een middel om te ervaren wie we zijn, wat we aan meningen bij ons dragen en hoe we ons ten opzichte van een ander gedragen; wat vertrouwd en veilig voelt.

Voor tieners en jongeren is dat een waar leerproces en zonder dit traject lijkt hun deelname aan ‘het goede samenleven’ een steeds groter probleem.

Tijdens een bruiloft waar Jezus te gast is dreigt de wijn die geschonken wordt op te raken. En water is hierbij geen alternatief omdat dat een domper zou zetten op de feestelijke stemming waarin ieder verkeert. Het feest lijkt als een nachtkaars uit te gaan.

Jezus, aangespoord door zijn moeder Maria weet het feest te redden; water wordt wijn, ja de beste wijn wordt dan pas geserveerd.

En zo treedt Jezus voor het eerst in het openbaar op en vragen mensen zich af wie Jezus is.
In overdrachtelijke zin zal Hij nog veel meer de beste wijn schenken door mensen mee te nemen in een vreugdevolle relatie met God.

De sociale dimensie van het menselijk bestaan tilt Hij daarmee op een hoger plan: zoek eerst een relatie met God, die zal je vreugde schenken, ook in tijden van soberheid en wanneer het leven niet een feest is.

Diaken Egbert Bornhijm

Vierde zondag van de advent 2021

In het evangelie van deze week spelen twee vrouwen de hoofdrol: Elisabeth en Maria, twee aanstaande moeders. Twee heel verschillende vrouwen. Elisabeth was al oud, te oud om nog een kind te krijgen. Maria was nog jong, misschien wel te jong.
Twee vrouwen, die behalve het in verwachting zijn ook gemeen hebben dat ze in de joodse traditie staan. En in de joodse traditie is het een belangrijk gegeven dat God telkens weer mensen roept om namens Hem te werken aan een betere tijd voor zijn volk.
In deze joodse traditie staan ook Elisabeth en Maria. Ook zij zijn werktuigen in Gods handen, zij en nog veel meer hun zonen. Waarom koos God deze twee vrouwen om zo’n belangrijke rol te spelen in zijn heilswerk.
Naar het antwoord kunnen we alleen maar naar raden.
Misschien koos God hen omdat zij gelovige vrouwen waren. Gelovig in de zin dat ze leefden in de gelovige hoop dat God redding en verlossing zou brengen. Dat geloof is immers een wezenlijk onderdeel van de joodse traditie. Je vertrouwen blijven stellen in God, in de overtuiging dat Hij bevrijding, heil en betere tijden zal brengen, ook in situaties die ogenschijnlijk uitzichtloos en onmogelijk zijn. Maar God werkt wel in en door mensen. God kan alleen iets uitwerken in en door mensen die in Hem geloven.
Dat gold voor Maria en Elisabeth, toen, lang geleden. Dat geldt ook voor onze tijd, want wat God toen in Jezus begonnen is, moet doorgaan in onze dagen, in en door ons. God kan alleen iets in ons uitrichten als wij, net als Elisabeth en Maria, mensen zijn die ondanks al het kwaad dat links en rechts gebeurt, toch blijven geloven dat het anders kan. God kan alleen iets door ons bereiken als we net als Maria en Elisabeth het schijnbaar onmogelijke aanvaarden, als we de moed opbrengen om toch te blijven geloven en dat geloof ook in daden omzetten.

“Zalig zij die geloofd heeft dat tot vervulling zal komen wat haar vanwege de Heer gezegd is.” Die woorden van Elisabeth aan Maria, die moeten ook voor ons gelden. Zalig wij, als we echt geloven dat het licht kan worden in onze wereld, en dat wij zelf een beetje dat licht voor elkaar kunnen zijn, want dan zijn we klaar voor Kerstmis.

Kees Waas pastoraal werker

zondag 12 december 2021

In deze adventstijd steken we zondag al de derde kaars aan. Als je kinderen vraagt om de derde kaars aan te steken hebben ze de neiging dat ook met de vierde kaars te doen. Maar advent doen we in stapjes omdat ‘even snel’ alles minder diepgang geeft.
In de beleving hebben ook volwassenen daar steeds meer moeite mee: Overal branden al kaarsen en kerstbomen  en in de winkels is het eigenlijk al kerstmis sinds september. Dat heeft vooral te maken met de uiterlijke vormgeving en we mogen hopen dat er innerlijk ook iets gebeurt.
Zo lezen we in het evangelie van de zondag dat mensen aan Johannes de Doper vragen wat ze moeten doen om gedoopt te worden. En zijn antwoord is zowel simpel als diepgaand: tevreden zijn met wat je hebt. Juist in deze maand waar mensen elkaar allerlei cadeaus geven is dit een waar woord. Niet de grootte, niet de hoeveelheid zou bepalend moeten zijn voor de onderling gevierde vriendschap. Cadeaus zijn een middel en niet een doel. En iemand die tevreden kan zijn met zijn of haar leven heeft niet veel nodig om dankbaar te zijn met de kleine dingen van het leven. Ook God heeft niet meer nodig van ons dan onze dankbaarheid voor het kleine dat in de wereld komt. En al deed Jezus grootse dingen, Hij bleef er nederig en dienstbaar onder.

Egbert Bornhijm, diaken

Sinterklaas

Hoe Sint Nicolaas, over wie nauwelijks feitelijke gegevens bekend zijn, tot Sinterklaas heeft kunnen worden die jong en oud in Nederland zo’n goed hart toedraagt , is een lang verhaal met veel gissingen en zeker veel vergissingen, maar het zou niet te vertellen zijn en zelfs niet te veronderstellen, als Nicolaas van Myra niet geleken had op Jezus Christus door een bereidheid tot hulp en troost tot in het heldhaftige.
Hij is zo populair omdat hij zoveel goed doet. Het is best mogelijk, dat hij in de tijd van het Arianisme  een vurig ketterbestrijder was. Dit zou hem misschien onvergetelijk, maar niet populair hebben gemaakt. Maar dat hij de goedheid van Jezus door zijn woord en voorbeeld uitstralen liet over zijn omgeving, verschafte hem in de geschiedenis het recht, dezelfde goedheid te blijven vertegenwoordigen en omwille hiervan de kinderlijkste vormen van verbeelding te bevredigen.
Op aanstaande 5 december krijgt een reliek van Sint-Nicolaas een vaste plek in de Nicolaasbasiliek van Amsterdam. Het reliek is een cadeau aan de bevolking van Amsterdam van de Abdij van Egmond. Daar gingen de paters Benedictijnen na dat dit onderwerp van bijzondere verering al zo’n duizend jaar in hun bezit is. In de hoofdstad wordt nog geen reliek van stadspatroon Sint-Nicolaas vereerd. Op zijn eigen feestdag krijgt hij nu een plek in de stad. De installatie van het reliek markeert de start van een heel Nicolaasjaar. Met onder meer een nieuwe wandeling langs de drie Nicolaaskerken op de Wallen, lezingen en concerten wil de parochie Sint-Nicolaas meer verbinden met zijn stad. Een jaar lang wordt vanuit de basiliek aandacht gevraagd voor de barmhartigheid van stadspatroon Nicolaas: voor zijn inspirerende bereidheid steeds open te staan voor een ander.
Moge deze heilige ons inspireren voor een biddende en hoopvolle Advent terwijl we naar de geboorte van Jezus Christus uitzien en Hem met open hart in ons leven welkom heten!

Heilige Nicolaas, bid voor ons!     

Pastoor Federico

Advent

Met de advent beginnen we weer aan een nieuw kerkelijk jaar. Aan dat begin confronteren de lezingen ons met beelden van verschrikkingen en rampen. We hebben ze al vaker gehoord, deze verhalen over de eindtijd en de komst van de Mensenzoon. Breed wordt uitgemeten dat er een grote hoeveelheid ellende over de wereld komt en dat de mensen zullen lijden. Daar moeten we eerst doorheen voordat de Mensenzoon komt. Pas met zijn komst zal er een einde komen aan al het geweld.
Je vraagt je af: Is dat nou nodig, om elke keer te horen dat er zoveel afschuwelijke zaken passeren? Kan het niet een beetje minder? Langzamerhand weten we het wel. Geweld, verdriet, onmacht, de meest afschuwelijke dingen omringen ons in het groot en het klein. Het lijkt soms wel of er geen einde komt aan dat alles.
De gelovige traditie zegt ons: het houdt ooit op, dat is wat de profeet Jeremia in zijn tijd zei. Er komt een eind aan: God zelf zal zorgen voor een toekomst onder rechtvaardige koningen.
Ook het evangelie van deze zondag zegt ons dat het ooit ophoud: Zo wordt de komst van de Mensenzoon aangekondigd. Er zal een toekomst zijn, er is hoop. De duisternis wordt doorbroken. Iedere week van de advent wordt het een beetje lichter op onze adventskrans. Met Kerstmis verwelkomen we het licht in onze wereld.
Iedere advent, ieder jaar opnieuw. Elk jaar opnieuw mogen we ons herinneren dat God door de sleur en de doodsheid van ons leven heen breekt en ons toekomst belooft. Elke dag opnieuw mogen we opstaan om het leven te omarmen. Iedere advent laat ons ervaren dat we Gods mensen zijn die op zijn toekomst mogen vertrouwen.

Kees Waas, pw

Kroning

Op deze laatste zondag van het liturgisch jaar, volgende week begint de Advent, vieren we Christus Koning van het Heelal. Over dat koning-zijn heerste onder de mensen veel verwarring. Was Jezus nu een koning die het land van de Romeinen zou bevrijden of niet? Een groot deel van het volk dacht van wel.Het antwoord van Jezus zelf kwam toen hij door de Romeinen gevangen was genomen en Pilatus Hem dezelfde vraag stelde. “Ja dat ben ik, maar mijn koningschap is van een andere orde”. Jezus sprak over het koningschap van God, Hem moet je eren en aanbidden en niet een mens met een kroon en een scepter.
Op deze dag vieren we ook onze patrones van de H. Elisabeth van Thüringen. Hoewel ze van adel was en een korte periode van haar leven als een koningin in grote weelde in een kasteel leefde wilde ze zich er niet op voor laten staan. Ze wist wie de echte Koning was en zette zich persoonlijk in om armen en zieken te helpen en te verplegen. Dat vond iedereen maar vreemd, dat hoorde niet, en toen de gelegenheid kwam (haar man overleed plotseling) werd ze verbannen en nam men haar al het bezit af. Maar Elisabeth liet zich niet vernederen en ging door met haar goede werk voor mensen in nood. Niet haar status maar haar geloof en handelen maakte haar tot een ware heilige.

Diaken Egbert Bornhijm

Sint Maarten

St. Maarten, omstreeks 316 uit heidense ouders in Pannonië (Hongarije) geboren; hij was zoon van een Romeins magistraat en kwam als ruiter naar Gallië. Beroemd is het verhaal dat hij nog voor zijn bekering te paard Amiens binnenrijdend een arme man de helft van zijn mantel gaf. ’s Nachts verscheen Christus aan hem, gekleed in dat stuk mantel. Onder meer door dit voorval werd Martinus het symbool van de naastenliefde.
Hij bekeerde zich en werd als 18 jarige gedoopt, verliet in 356 het leger, werd een leerling van St. Hilarius van Poitiers en kluizenaar in Ligugé bij Poitiers. In 371 werd hij tot bisschop van Tours gekozen. Hij wordt samen met Antonius de Grote beschouwd als de eerste heilige niet-martelaar. Hij stierf in 397 Candes (bij Tours).
Hij kon demonen uitdrijven, herkende de duivel altijd, ongeacht in welke gedaante deze zich voordeed, genas zieken en wekte drie mensen tot leven. De strengheid van zijn leer leidde tot jaloezie. Martinus, apostel van Europa en een volksheilige die armoede verkoos boven de luxe van een bisschoppelijk paleis, is de populairste heilige van Frankrijk.
Er zijn 485 gehuchten en dorpen en ruim 3600 parochiekerken met zijn naam. Ook de oudste kerken in Nederland zijn aan hem gewijd. St. Willibrordus maakte de in de 5e eeuw door missionerende Franken te Utrecht gebouwde St. Maarten tot bisschopskerk. Zijn feest valt veertig dagen voor Kerstmis.
Om voor deze “magere” dagen iets in de maag te hebben nuttigt men in Duitsland en elders gans. Volgens de St. Maartensstijl begon op deze dag het nieuwe jaar en luidde zij het begin van het carnaval in, met Martinus als beschermheilige van bekeerde dronkaards.
In Frankrijk is de St. Martinusbasiliek in Tours, waar paus Johannes Paulus II in 1996 Martinus’ graf bezocht, een nationaal monument en legde men tot 1940 graag een verband tussen de wapenstilstand in de Eerste Wereldoorlog (11 november 1918) en de feestdag van Martinus (de dag van zijn begrafenis). In Nederland en België zijn er nog steeds St. Maartensoptochten en St. Maartensvuren.

Gebed: God, Gij hebt uw grootheid geopenbaard in de heilige bisschop Martinus, bij zijn leven en ook in zijn dood. Breng het wonder van uw genade in ons bestaan. Laat niet toe dat leven of sterven ons kan scheiden van uw liefde.

Door Jezus Christus onze Heer. Amen.            

Pastoor Federico Ceriani

Heilige Willibrord

7 november Hoogfeest H. Willibrord

De heilige Willibrord is patroonheilige van de Nederlandse kerkprovincie  Willibrord werd geboren in 658 in Northhumbrie in Engeland. Op zeven jarige leeftijd werd hij door zijn ouders naar een Benedictijnerklooster gebracht, waar hij les kreeg van onder andere de monnik Wilfried. Een monnik die ook missionair werk in de Nederlanden heeft gedaan.  Op 20 jarige leeftijd vertrok Willibrord naar Ierland. Hier vervolgde hij zijn opleiding en werd tot priester gewijd. De abt van zijn klooster wist hem enthousiast te maken voor het missiewerk in, wat toen genoemd werd het land van de Friezen, het huidige westen en noordelijke deel van Nederland tot aan Denemarken toe.   Willibrord trok met elf metgezellen de Noordzee over en landde in de herfst van het jaar 690 op de kust van Katwijk aan Zee.

Willibrord trof het hier redelijk goed. De heersend Frankische vorst was christelijk en dat hielp natuurlijk wel bij het missie werk.
Willibrord wilde zijn werk niet doen zonder toestemming van de Paus en reisde naar Rome. In 695 werd hij tot bisschop van de Friezen gewijd. Zijn bisschopszetel vestigde hij in Utrecht. Daar bouwde hij een kerk, die hij toewijdde aan de H. Verlosser.
Willibrord durfde het aan om in de heilige bronnen van de Germanen te dopen en beelden van de Germaanse goden omver te gooien. Als er geen straf van de Goden volgde bleek daaruit dat de macht van de God waarover Willibrord sprak groter was.

Van een adellijke dame kreeg  Willibrord  de villa Echternach in Luxemburg. Hier stichtte hij een klooster naar het voorbeeld van de Ierse kloosters waar hij zijn opleiding had genoten. Aan het eind van zijn leven trok de ‘apostel van de Friezen’ zich terug in de abdij van Echternach in Luxemburg. Daar stierf hij op 7 november 739.

Willibrord was eigenlijk geen organisator, hij was vooral een verkondiger.  Aan zijn inzet danken wij onze Nederlandse kerk.

Kees Waas, pastoraal werker


22 oktober 2021; gedachtenis van Paus Johannes Paulus II

Wij allen herinneren ons aan hem; paus Wojtyła werd in 1920 in Wadowice in Polen geboren. Na zijn priesterwijding en theologiestudie in Rome keerde hij terug naar zijn vaderland en vervulde verschillende pastorale en academische taken. Na eerst hulpbisschop van Krakau te zijn geweest, werd hij in 1964 benoemd tot aartsbisschop en nam hij deel aan het Tweede Vaticaans Oecumenisch Concilie. Hij werd tot paus verkozen op 16 oktober 1978 en nam de naam Johannes Paulus II aan. Zijn buitengewone apostolische ijver, in het bijzonder voor gezinnen, jongeren en zieken, bracht hem ertoe wereldwijd talloze bezoeken af te leggen aan het Godsvolk. Tot de vele vruchten, die hij de Kerk als erfenis naliet, behoren vooral zijn zeer rijke uitingen van het Leergezag, alsook de promulgatie van de Catechismus van de Katholieke Kerk en van het Wetboek van Canoniek Recht, zowel voor de Latijnse Kerk als voor de Oosterse Kerken. Hij stierf godvruchtig in de Heer te Rome op 2 april 2005, op de vooravond van de tweede zondag van Pasen, de zondag van de goddelijke barmhartigheid. Hier enige uittreksels van zijn homilie aan het begin van zijn pontificaat op 22 oktober 1978:
Deze absolute macht van de Heer, die tegelijk zacht en aangenaam is, beantwoordt aan elke diepte van de mens en aan de hoogste aspiraties van zijn verstand, wil en hart. Zij spreekt niet de taal van het geweld, maar drukt zich uit in liefde en waarheid.  Broeders en zusters! Vreest niet om Christus te ontvangen en zijn macht te aanvaarden!
Vreest niet! Opent de deuren, ja zet ze wijd open voor Christus! Opent voor zijn reddende macht de staatsgrenzen, de economische en politieke systemen, de brede domeinen van cultuur, beschaving en ontwikkeling. Vreest niet! Christus weet “wat er in de mens is”.
Vaak is de zin van zijn leven op deze aarde onzeker. Hij wordt overvallen door een twijfel, die tot wanhoop wordt. Laat daarom, zo vraag en smeek ik u nederig en met vertrouwen, laat toe dat Christus spreekt tot de mens.

Hij alleen heeft woorden van leven, ja van eeuwig leven.

Pastoor Federico Ceriani

Zondag 17 oktober 2021, 29e zondag door het jaar

Onder de vrienden van Jezus ontstaat er een strijd om de beste plaatsen. Jacobus en Johannes, de zonen van Zebedeüs, richten zich tot Jezus met de vraag: “Geef dat in uw glorie een van ons aan uw rechter- en de ander aan uw linkerzijde moge zitten”. Met andere woorden: Jezus wanneer U in het Rijk Gods bekleedt bent met macht en majesteit en recht spreekt over de volken, dan willen wij ook graag iets van die macht hebben en die uitoefenen;
we zouden het graag willen, en ……het is ons ook wel toevertrouwd, een beetje uw rechter- en linkerhand te mogen zijn.
Gedroegen ze zich daarmee niet een beetje onbehouwen ten opzichte van de andere leerlingen? Natuurlijk. De reactie van de andere leerlingen is goed te begrijpen. Ze worden kwaad bij het horen van de onbeschaamde wensen van hun collega’s, maar daarbij hebben  ze niet in de gaten dat ze door hun ergernis verraden dat ze eigenlijk zelf graag de eersten zouden willen zijn…Jezus laat dan zien dat het bij hen anders moet zijn dan bij wat Hij noemt “de heersers van de volken die met ijzeren vuist regeren”.
Als gelovige moet je herkenbaar anders leven:
je moet bereid zijn jezelf klein te maken.
Dienen is belangrijker dan heersen.
Liefde telt meer dan macht.

Kees Waas pastoraal werker

Rijkdom

Afgelopen maandag vierden we de feestdag van de H. Franciscus, die niet toevallig samenvalt met Werelddierendag.
Want van Franciscus is bekend dat hij sprak tot de dieren die hem beter leken te begrijpen dan de mensen. De boodschap van de heilige was zo eenvoudig dat het veel mensen afstootte. Met name mensen die in luxe leefden.
Francis had al zijn bezit weggeven en bedelde langs de huizen voor een beetje brood. Hij zag er ook niet uit, zijn pij was oud en versleten en overal was duidelijk te zien dat er lapjes stof op genaaid waren om gaten en scheuren te bedekken. “Wees arm met de armen” vertelde hij zijn toehoorders “zoals Jezus arm was voor God en de mensen”.
In het evangelie van deze zondag komt er een buitengewoon goed en rijk mens naar Jezus met de vraag om nog meer kind van God te worden. Het antwoord van Jezus is schokkend: “geef van wat je bezit aan de armen en kom mij dan volgen”. Dat kan de man niet opbrengen en teleurgesteld gaat hij heen. Rijkdom staat vaak een innerlijke en uiterlijke weg naar God in de weg. Je van bezit losmaken maakt je misschien onzeker over je bestaan en je toekomst.
En die zeer begrijpelijke, maar menselijke onzekerheid te vervangen door de zekerheid dat God er altijd voor je zal zijn…dat is een christelijke opgave waar we allemaal mee worstelen.

Diaken Egbert Bornhijm

Zondag 3 oktober 2021

Beste parochianen!   Met de aanvang van het najaar ontmoeten we elk jaar enige kerkelijke feesten die we niet willen vergeten, waaronder er een paar die voor ons uitmunten: het feest van Sint Michael Aartsengel op 29 september; ten tweede op 1 oktober het feest van Sint Bavo in Raamsdonk (dit jaar gevierd op zondag 3 okt) en meteen erna op  2 oktober de gedachtenis van de Heilige Engelbewaarders.
Engelen zijn onzichtbaar maar wél heel actief rondom ons; zij zijn geesten, onzichtbare personen en dikwijls komen zij in de Bijbel voor. Tijdens de catechese aan vormelingen en ook aan communicanten laten we deze werkelijkheid aan kinderen ook weten. Als men in de Bijbel leest, dan komt men daar ook heel vaak engelen in tegen. Een engel gaat b.v. aan de herders vertellen, dat de Heer Jezus is geboren. Een engel waarschuwt de Drie Koningen dat ze niet naar Herodes terug moeten gaan. En zo kan men in de hele Bijbel gebeurtenissen tegenkomen, waarin engelen voorkomen. Soms brengen ze mensen een goede boodschap van God. Soms helpen ze de mensen bij een gevaarlijke reis, soms komen ze ook een straf van God aan de mensen brengen. Sint Michael ontmoeten we verschillende keren in de Heilige Schrift. Hij is een aartsengel; dat is niet zomaar een engel. Zoals men bij soldaten allerlei rangen heeft, zo hebben we dat ook bij de engelen. Men heeft gewone soldaten, of een korporaal, of ook een luitenant en een generaal. Bij engelen heet dat natuurlijk anders en binnen hun rangen zijn er negen verschillende posities of ook koren geheten. Michaël is een aartsengel. Die zou men kunnen vergelijken met een generaal, dus heel hoog. Een heel voorname engel. Michaël doet ook heel voornaam werk. Hij is altijd heel dicht bij God. Dat heeft hij ook wel verdiend. Daarnaast zijn er de engelbewaarders en zij behoren tot een ander koor; deze engelen zijn ook heel gelukkig bij God, maar zij hebben een bijzonder zending, namelijk: mensen te begeleiden en helpen vanuit hun ontvangenis tot hun sterven.
Engelen zijn ons door God terzijde gezet opdat we samen met hen onze weg goed mogen volgen, de weg die naar God voert; ieder mens heeft een eigen engelbewaarder van God gekregen. Zij staan letterlijk en waarachtig altijd klaar om ons te helpen. Hoe krijgen we echter dit? Wij kunnen deze hulp ontvangen wanneer we tot hem bidden en ons hart voor zijn ingevingen open stellen. Hiervoor helpt het aan hem te denken en zich tot hem in het gebed te richten; vervolgens verstrekken we het gebed tot de eigen engelbewaarder die de Kerk al jaren kent en bidt; best als men het ’s morgens en ’s avonds bidt, maar het kan altijd overdag of nachts gebeden worden; heel simpel en kort en altijd doeltreffend omdat onze eigen engel altijd wakker is en zij rusten nooit uit. Hier a.u.b.:

Gebed tot onze eigen Engelbewaarder: Engel van God, die mijn bewaarder zijt, aan wie de goddelijke goedheid mij heeft toevertrouwd verlicht, bewaar, geleid en bestuur mij. Amen.

Pastoor Federico  Ceriani

Hekkensluiter

Wij zijn allemaal wel een beetje hekkensluiters, bewust of onbewust. Hekkensluiters niet in de zin dat we altijd de laatsten zijn om het hek te sluiten, maar in de zin dat we alles graag met hekken afsluiten, dat we terreinen afbakenen met de boodschap: dit is voor jou verboden toegang. Of andersom: we bakenen terreinen af om te zeggen: dit is jouw gebied, daar mag jij niet buiten komen. Jij moet in jouw hokje blijven. En zolang we dat doen ter bescherming van mensen, kan dat heel goed zijn en noodzakelijk, zeker als het gaat om zwakke mensen of kleine kinderen, maar het kan ook heel benauwend en frustrerend werken. Het kan zelfs heel onrechtvaardig zijn.     In het evangelie hoorden we hoe Jezus’ leerlingen een beetje verontwaardigd reageren als buitenstaanders in Jezus’ naam mensen beter gemaakt hebben. In hun ogen gingen die buiten hun boekje: dat was hun terrein, daar hadden die anderen niets te zoeken. Maar Jezus zegt eigenlijk: doe niet zo bekrompen, geef ze toch wat ruimte. Zolang ze iets goeds doen, is het toch altijd de moeite waard.
Eigenlijk zegt hij tegen ons: wees toch een beetje ruimdenkend, claim niet te vlug dat iets jouw terrein is, zeker niet als het gaat om goed zijn en goed doen aan anderen, geef niet toe aan een soort hokjesgeest waarin ieder op zijn eigen plek moet blijven, dat kan voor het geheel heel schadelijk zijn.
Te vaak worden er in de samenleving hekken en hekwerken opgetrokken alleen om eigen belangen, eigen voordelen, eigen welvaart te beschermen. Willen we onze samenleving echt leefbaar maken voor iedereen, dan moeten we geen hekkensluiters zijn maar juist mensen zijn die hekken open zetten, dan moeten we open staan voor elkaar, elkaar ruimte geven. En anderen ruimte geven, betekent heel vaak: zelf tevreden zijn met wat minder ruimte. Daar ligt de kunst van leven en samen leven, de kunst om steeds het goede te willen voor iedereen.      

Kees Waas pastoraal werker  Met dank aan H. Tolboom

Zondag 19 september 2021

Dat de denkwereld van God anders is dan die van mensen wordt elke keer weer duidelijk als we de bijbel lezen. Daarin zien we dat Jezus niet gekomen is om de knapste, de beste en de sterkste te zijn. Dat denken zijn leerlingen vaak wel. Het liefst zouden ze Jezus een kroon opzetten en dan zouden zij zich ook heel belangrijk kunnen voelen. Iedereen zou voor hen buigen. Herkenbaar?
In het Evangelie van deze zondag zijn ze aan het uitmaken wie van hen de eerste, de grootste is naast Jezus. Nee ik, nee ik proberen ze elkaar af te troeven. Om zijn woorden kracht bij te zetten tilt Jezus een kind op en zegt tegen zijn leerlingen. Jullie moeten zijn als deze. Jullie moeten het kleine verheffen en niet de grootste nog groter maken. En maak jezelf klein, wees dienstbaar aan een ander en dan treedt je pas de wereld van God binnen. Dan kun je iets voor deze aarde betekenen en anders ben je alleen maar met jezelf bezig.Stap van je voetstuk af, ga door de knieën. Als gelijke van kwetsbaren en kleinen ben je precies op maat voor God.

Egbert Bornhijm, diaken

Zomaar een uitspraak uit het boekje “Lieve Meneer God”,kinderen schrijven aan God.
Beste God, ik voel me nooit meer alleen sinds ze mij over u hebben verteld!

De geboorte van de H. Maagd Maria en Haar moederschap voor ons mensen

In de maand september heeft de Kerk twee mooie feesten van Maria, namelijk haar liturgische geboortedag en de gedachtenis van haar smarten onder het Kruis op Goede Vrijdag. Terecht laat de Kerk ons in een opwelling van vreugde zingen: “Uw geboorte, Moeder Gods en Maagd, heeft vreugde verkondigd aan de gehele wereld, want uit u is opgerezen de Zon der gerechtigheid, Christus onze God, die door de vloek te delgen ons zegening heeft gebracht en door de overwinning op de dood ons het eeuwige leven heeft geschonken”. Als de geboorte van een kind inderdaad vreugde brengt in de huiselijke kring, die nochtans niets weet omtrent zijn toekomst; hoeveel blijdschap moet de komst op deze wereld van haar die de Moeder van de Heiland zal zijn dan niet bewerken in het hart van allen die het heil en het leven verwachten! Met de heiligen mogen wij gerust aannemen dat God aan alle zielen “die de verlossing van Israël verbeidden” (Luc 2,38) een uitzonderlijke vreugde schonk, omdat thans het uur van ’s werelds heil aanstaande was. Maar deze blijdschap gold met name de gelukkige ouders Joachim en Anna; met zaligheid zagen zij neer op dat zalige kind, dat hun was geschonken op het einde van haar dagen en tegen alle hoop in. En wellicht vroegen zij zich af of zij niet een van die schakels zou zijn uit de gezegende stam waaruit de Koning zou voortkomen, die de troon van David zou herstellen en Israël zou redden. Zalig uw schoot, o Anna, welke haar heeft gedragen wier schoot het eeuwig Woord zal dragen, hem die door niets kan worden omvat, en die aan alle mensen de wedergeboorte zal brengen! Maria is vol van genade, maar ook vol van vreugde voor haar zelf en voor ons. In dit lieftallig kind, dat amper is geboren toont de liturgie ons de Moeder van Jezus, zozeer is Maria onafscheidelijk van haar Zoon, zozeer wordt zij alleen geboren voor Hem, om zijn Moeder te zijn en de onze te worden, door ons het ware leven, het leven der genade te schenken. Dat brengt ons echter tot aan het Kruis, waaronder zij de laatste wil van haar goddelijke Zoon ontving: Vrouw, zie daar uw zoon! Johannes de apostel nam Haar bij zich en Zij nam hem als kind over omdat God zo wilde. In Johannes waren alle gelovigen vertegenwoordigd, wij dus die Haar als onze lieve Moeder in de hemel erkennen. Zij kent de vreugde van Gods Moederschap en ook het lijden van ons mensen. Laten we deze maand als voorbereiding op de komende oktober maand van de rozenkrans al beleven. Maria Moeder van Smarten, bid voor ons! Wij wensen alle kinderen een goede start van de schooljaar toe!

Pastoor Federico Ceriani

Vakantie

Ons Nederlands woord “vakantie” stamt van het Latijnse werkwoord “vacare”. En “vacare” heeft twee betekenissen. Het betekent “vrij-zijn-van…”, maar ook “vrij-zijn-voor…”. En, inderdaad daarmee is precies gezegd wat vakantie inhoudt!
Vakantie, dat is vrij-zijn-van de dagelijkse beslommeringen van je werk en van je zorgen, is vrij-zijn-voor rust, ontspanning, genieten, tot jezelf komen!
Met die eerste betekenis van vakantie heeft niemand moeite. Wij ontdoen ons maar al te graag een tijdje van alle kopzorg. Wij vergeten een tijdje werk, school en buurt. Dat is niet zo moeilijk. Je bevrijden van de regelmaat en het ritme waarin je leven normaal een heel jaar verloopt. Vrij zijn van dit alles gaat als vanzelf.
Maar dat andere: vrij zijn voor rust en ontspanning. Gaat dat ook zo gemakkelijk? Vaak neemt de vakantieganger helaas zijn jachtige leefpatroon ook weer mee op vakantie. Urenlang rijden in ongezonde dampende files, en Gods mooie natuur heb je nauwelijks gezien. Het rumoer van stad en land wordt ontvlucht, je gunt je zogenaamd rust en wat doe je? Je brengt je dagen door op een volgepropt strand waar de ene geluidsbox de andere nog overstemt!
Blijkbaar hebben wij moeite met onze vrijheid voor echt genieten in alle rust en stilte.
“Komt nu eens zelf mee naar een eenzame plaats om alleen te zijn en rust daar wat uit” dat hoorden we Jezus vorige week in het evangelie tot zijn leerlingen zeggen, na een tijd van zware inspanningen. Na gedane arbeid is het goed rusten! Een wijsheid die wij ons in de vakantietijd ter harte mogen nemen!

Pastor Kees Waas

Zomaar alleen

Af en toe is het zo druk om ons heen, het lawaai buiten, op school of op het werk, dat we even helemaal alleen zouden willen zijn met enkel onze gedachten. Zo ook Jezus die, zo horen we dit weekend, altijd in het centrum van de aandacht staat. Ook Hij wil even alleen zijn om te bidden, om weer op adem te komen. Maar zoals dat gaat, mensen weten hem te vinden en blijven een beroep op hem doen. Jezus beziet ze met medelijden en vergelijkt ze als schapen zonder herder. Hij wil de mensen niet wegsturen om weer alleen te zijn; als een vader of moeder stuurt je je kinderen toch niet weg als ze huilend naar je toe komen? Stilte, alleen zijn, is vaak een spaarzaam goed voor mensen die volop in het leven staan. En toch, met de vakantie voor de deur, zouden er  momenten kunnen zijn die ons tijd en ruimte geven om bij God, bij onszelf en in gedachten ook bij anderen te zijn. Gevulde stilte zou je dat kunnen noemen, omringd door het mysterie van het bestaan en, nogmaals in gedachten, ons omringd te weten door hen die we liefhebben. Eigenlijk een moment om onze zegeningen te tellen en dankbaar te zijn voor het leven.

Diaken Egbert Bornhijm

Maria van de berg Karmel, Haven van geloof

Het feest van Onze Lieve Vrouw van de berg Karmel gedenkt de dag waarop de heilige Simon Stock, de eerste generale overste van de Karmelietenorde, een verschijning kreeg van Onze Lieve Vrouw op 16 juli 1251. Maria beloofde bijzondere zegen voor allen die in de loop der eeuwen haar scapulier zouden dragen. De Kerk heeft plechtig en herhaaldelijk deze Mariadevotie, ontstaan in Engeland, goedgekeurd, zodat de pausen aan allen die het scapulier dragen talrijke geestelijke voorrechten hebben verleend.
Maria van de Berg Karmel is de patrones van de zeelieden. Zij is de veilige haven, waarin wij onze toevlucht moeten nemen te midden van alle stormen van het leven. De devotie en verering van de Maagd van de Berg Karmel gaat terug tot de oorsprong van de orde der Karmelieten. De allerheiligste Maagd beloofde aan hen die tijdens hun leven en bij hun dood het scapulier droegen – ofwel de gezegende medaille met het Heilig Hart en de Maagd van de Berg Karmel, die dezelfde rol vervult -, de genade om de ‘volharding ten einde toe’ te verkrijgen; dat wil zeggen, een bijzondere bijstand in de laatste ogenblikken van hun leven. De devotie tot het heilig scapulier van de Berg Karmel toont ons aan, dat wij zeker kunnen zijn van de moederlijke bijstand van de Maagd. Zoals men trofeeën en medailles gebruikt om betrekkingen van vriendschap, herinnering of zege aan te duiden, zo geven wij een innige betekenis aan het scapulier om ons heel vaak te herinneren aan onze liefde voor de Maagd en aan haar gezegende bescherming.
Zij neemt ons bij de hand en leidt ons, alle dagen van ons leven hier op aarde, over een veilige weg, zij helpt ons moeilijkheden en bekoringen te overwinnen: zij laat ons nooit in de steek, want zij is gewoon hen te begunstigen die zich onder haar bescherming willen stellen.
Tijdens zijn bezoek aan Santiago de Compostela wenste paus Johannes Paulus II allen toe: “Dat de Maagd van de Berg Karmel […] u altijd moge vergezellen.

Pastoor Federico Ceriani

Profeten

Profeten zien hoe het zou moeten zijn in een samenleving, ze spreken hun idealen uit, ze leveren kritiek op degenen die tegen hun idealen ingaan en omdat ze vaak hun vinger op zere plekken leggen, omdat ze vaak op lange tenen trappen van mensen die hun eigen gang willen gaan, krijgen ze volop te maken met onbegrip en tegenwerking. Profeten kunnen heel lastige mensen zijn.
Jezus was zo’n profeet. Hij bracht een boodschap, een boodschap van liefde, van zorg voor de medemens, een boodschap van oprechtheid en waarachtigheid. Velen vonden het prachtig: ze voelden zich aangesproken. Anderen vonden hem maar een verwaande kwast, wat verbeelde hij zich wel? Hij kwam in conflict met de joodse overheid, omdat die meer waarde hechtte aan de letter van de wet dan aan het welzijn van de mensen. Zijn kritiek op hun houding was ongezouten. Geen wonder dat hij uit de weg geruimd moest worden.
Profeten van alle tijden hebben onbegrip en tegenwerking ontmoet. Profetische mensen die zich uitspraken op het gebied van arbeidersrechten, over de milieuvervuiling, over schendingen van mensenrechten, over vrede en ontwapening, over ontwikkelingen in de kerk, ze hebben praktisch allemaal ervaren, dat ze een zware taak op zich genomen hadden, soms zelfs te zwaar.
Horen, zien en zwijgen is meestal veel gemakkelijker, ook voor ons.
En toch, als wij echt Jezus’ volgelingen willen zijn, als wij echt in zijn boodschap geloven, hem echt serieus nemen, als we zijn weg willen gaan van waarachtigheid, van dienstbaarheid, dan mogen ook wij niet altijd zwijgen als we zien of horen hoe in onze samenleving mensen in de knel komen, hoe men vaak negatief spreekt over minderheden, hoe men zorg voor de kleine verwaarloost. Dan moeten we onszelf niet toestaan bij die zwijgende meerderheid te horen. Maar hebben wij de moed en de kracht in ons om dat op te brengen?        

Pastor Kees Waas

Leven

Als iemand pas gestorven is lijkt het vaak of iemand slaapt en op
een ogenblik weer wakker zal worden.De dood blijft zo onwerkelijk dat we haast niet kunnen geloven dat al het leven helemaal uit iemand weg is. Het was gewoon en vanzelfsprekend dat iemand bij ons was en jaar in en uit ons ‘s morgens groette en ‘s avonds wel te rusten zei. Dat op een gegeven moment dit stopt is haast niet te vatten. Zo ook in het evangelie van deze zondag. De dochter van een Overste van de synagoge  is  ernstig ziek en iedereen is met haar en haar familie begaan. De vader is ten einde raad en smeekt Jezus mee te gaan naar zijn huis om iets voor haar te doen. Maar op weg daar naar toe bereikt hen het nieuws dat het dochtertje gestorven is. Jezus zegt echter: ze slaapt. En hoewel niemand Hem geloven wil, misschien de vader tegen alle wanhoop in, zegt hij tegen het dochtertje: sta op en het meisje richt zich op en begint in de kamer te lopen. Voor ons is duidelijk dat Jezus het meisje weer tot leven heeft gewekt. Die macht heeft Hij.
Maar het is ook het geloof van de Overste ín Jezus dat dit mogelijk maakt. Anders was hij nooit naar Hem toe gegaan. Geloof is een gave om in diepe nood God aan te roepen en alles, ja zelf het leven, in zijn hand te leggen. Dat doen wij nog steeds.
En zelfs als iemand komt te overlijden dan nog zeggen we, met het geloof in Jezus, hij of zij leeft: bij God, bij de engelen, bij allen die ons lief waren.

Diaken Egbert Bornhijm

Heilige Lidwina

Lidwina werd in 1380 te Schiedam geboren. Ten gevolge van een noodlottige val op het ijs als zij nog 15 jaar oud was, brak zij haar heup en was gedurende 38 jaar bedlegerig. Met 19 jaar was zij helemaal verlamd. Rond die tijd, was zij nog ongeduldig onder zulke beproevingen en nog niet uit eigen beweging onderworpen aan God, door wie toch niets op aarde zonder reden geschiedt. Wanneer zij haar vriendinnen die haar kwamen bezoeken, gezond en vrolijk zag, terwijl zij zelf zwaar ziek was, verlangde zij er meer naar samen met de anderen gezond te zijn van lijf en leden, dan innerlijk gelukkig te zijn door de deugd van geduld. En omdat zij nog geen smaak had in het geestelijke en niet wist wat God het meest behaagde noch dat zij Hem ook binnen haar ziekte en moeilijke toestand Hem vinden kon, klaagde zij soms en treurde zij vaak over haar lijden. Dan weende zij zulke bittere tranen dat zij door niemand getroost wilde worden.

Tot hier toe was zij niets anders dan elke mens van onze tijd. Toch zij nam wél aan de raad van de priester Johannes Pot, die gewoon was haar tweemaal per jaar de heilige communie te brengen en haar kwam bezoeken. Hij ried haar aan zich welbewust aan Gods wil over te geven en zich toe te leggen op de overweging van het lijden des Heren. Aanvankelijk deed zij het met weinig toeleg en vond in deze overweging er niet onmiddellijk baat bij. Zij voelde tegenzin opkomen en wierp zij als bittere alsem weg, wat zij in haar hart had opgenomen maar wat nog niet diep was geworteld. Met verdere hulp van haar biechtvader kon zij haar tegenzin overwinnen.

God schonk haar na verloop van tijd zoveel troost dat zij gaarne verklaarde zich volmaakt te willen verloochenen. Van God ontving zij de gave om mensen die haar kwamen bezoeken en om haar gebed vroegen te genezen.

Zijzelf zei later dat als zij door het bidden van één Weesgegroet haar algehele genezing zou kunnen verkrijgen, zou zij dit toch niet doen of wensen. Ongetwijfeld was deze verandering heel radicaal en zou vandaag bij velen bevreemding opwekken. Toch was zij op haar ziekbed aangetrokken en verlokt door de verborgen zoetheid van ’s Heren lijden. Hierin vond zij het verborgen manna, en zij werd met vreugde over zoveel zoetheid vervuld. Te midden van haar lijden was zij een voorbeeld van heldhaftig geduld en van uitzonderlijke liefde tot God en haar medemensen. Op 14 april 1433 werd zij uit haar voortdurende beschouwing van Christus’ passie opgeroepen tot het aanschouwen van zijn heerlijkheid. Haar verering werd in 1890 officieel erkend, toen paus Leo XIII haar liturgische viering goedkeurde. Tevoren was een deel van haar relieken, die in 1615 om veiligheidsredenen naar Brussel waren overgebracht, op 14 juni 1871 naar haar geboortestad Schiedam teruggebracht. De gegeven details in haar biografieën hebben de moderne medische opvatting tot de conclusie gebracht dat de heilige Lidwina leed aan een vorm van multiple sclerose, waardoor zij het vroegst gedocumenteerde geval van deze ziekte is. Zij was en blijft een voorbeeld van zingeving aan een bestaan dat er voor velen geen nut meer zou hebben en bijna zinloos beschouwd wordt. Moge haar geduld en liefde ons inspireren!

Pastoor Federico Ceriani

Groeikracht

Een jongeman had een droom. Hij ging een winkel binnen en achter de toonbank zag hij een engel staan. Hij vroeg: “Wat hebt u te koop, meneer”? De engel antwoordde: “Alles wat u maar wilt!”
De jongeman begon meteen te bestellen: “Dan zou ik graag overal een democratische regering willen hebben, het einde van alle oorlogen in de wereld, betere levensomstandigheden voor de randgroeperingen in onze samenleving, opheffing van alle krottenwijken in de derde wereld en . . . ” Maar nu viel de engel hem in de rede: “Neem me niet kwalijk, jongeman. Ik ben bang dat u me verkeerd begrepen hebt. Wij verkopen hier geen vruchten, we verkopen alleen zaden.”
Net als die jongeman uit het verhaaltje willen ook wij het liefst alles meteen kant en klaar: ook wat belangrijke zaken in de wereld betreft, zoals vrede overal, of betere leefomstandigheden voor mensen die aan de rand van de samenleving leven, maar we vergeten dat de die zaken de vrucht zijn van een langzaam proces, we vergeten dat we eerst het zaad moeten zaaien. We vergeten dat we daarvoor eerst de grond moeten bewerken, want anders kan het zaad niet ontkiemen. We vergeten dat we moeten wieden en schoffelen en sproeien. Nee, we willen meteen het product. En als dat er niet is, dan zeggen we: vrede of goede leefomstandigheden voor iedereen? Een onmogelijke droom, dat komt toch nooit! En dan gaan we met de armen over elkaar zitten en gebeurt er ook niets meer.
Maar als je niet met zaaien begint, dan zullen er ook nooit geen vruchten zijn. En wie het aandurft te zaaien, die mag hopen dat er, op de lange termijn, toch vruchten komen, zelfs hele goede vruchten.
Als wij in Jezus en zijn boodschap geloven, dan moeten we blijven zaaien, blijven werken met veel geduld en doorzettingsvermogen, dan mogen we blijven hopen dat het toch ooit vrucht zal dragen, ook al wordt ons geduld misschien wel op de proef gesteld.
Maar geduldig hopen op vruchten zit vast aan elk groeiproces!     

Pastor Kees Waas

Sacramentsdag

Na het hoogfeest van Pinksteren kent de kerk nog twee opvolgende zondagen die voor het dieper verstaan van het geloof gevierd worden. Drievuldigheidszondag:

God als Vader, Zoon en Heilige Geest en Sacramentsdag.

De kerk telt zeven sacramenten die terug te voeren zijn op het geloof en handelen van Jezus. Daarbij springt er één uit: de Eucharistie.
De lezingen van Sacramentsdag zoomen dan ook in op de laatste keer dat Jezus met zijn leerlingen aan tafel zat en ze daar brood en wijn met elkaar deelden.
Een maaltijd die door zijn naderende dood een geheel andere betekenis kreeg. “Dit is mijn Lichaam en dit is mijn Bloed” want Hij schonk zich weg aan het kruis en gaf zich terug aan Zijn Vader om ons te redden van al wat wij verkeerd doen, onze zonden.
Tegen zijn leerlingen zei Hij op het eind: “Blijft dit doen om mij te gedenken”, en dat doen we als we bij elkaar komen in de Eucharistie. Zo blijft Jezus Christus het meest zichtbaar en reëel onder ons aanwezig en stellen wij ons telkens open voor zijn H. Geest om ons te bezielen.

Soms is het ontvangen van de communie een gewoontegebaar geworden zonder dat we daar veel bij nadenken. Ik hoop dat er toch een moment mag zijn dat we in dankbaarheid de Heer ontvangen.

Diaken Egbert Bornhijm

Zondag van de Allerheiligste Drieeenheid

Na het hoogfeest van Pinksteren viert de Kerk elk jaar het grootste Geheim, namelijk dat de enige ware God Zichzelf als Drievuldig openbaar heeft. In het mysterie van de Ene en Drievuldige God geloven wij dat van alle eeuwigheid en vóór de stoffelijke schepping en buiten de tijd, de Ene God, Zichzelf uitdrukte in een volmaakt Woord, alles bevattend wat Hij zelf is.  Het Woord dat God sprak, was en is een volmaakte zelfexpressie, dus volmaakt bezittend wat Hij die spreekt, is: het Zijn, Alwetendheid, Almacht, Waarheid, Schoonheid en ook Persoonschap. Dus van alle eeuwigheid is er God die sprak en het Woord dat was gesproken, de God die Voortbrengt en de God die is Voortgebracht, ware God uit de ware God, Verwekker en Verwekte, Vader en Zoon. Er was nooit een tijd dat het anders was.
Deze Personen, verenigd en verbonden door de zelfgave van onderlinge liefde, de Heilige Geest, aanschouwen en beschouwen elkaar eeuwig. Deze zelfgave, de Gift bij uitstek gegeven en volmaakt ontvangen kan niets anders zijn volmaakt en dus alles  bevattend wat elk van de Personen bezit: het Zijn, Alwetendheid, Almacht, Waarheid, Schoonheid  en ook Persoonschap. Daarom bestaan van alle eeuwigheid drie onderscheiden Goddelijke Personen, één ondeelbare goddelijke natuur bezittend, Vader, Zoon en de volmaakte zelfgave van liefde onderling, de Heilige Geest. Een bekende anekdote van de kerkvader sint Augustinus vertelt dat hij peinzend langs het strand van de zee liep. Hij was bezig met zijn boek over de Drie-eenheid.
Het doorgronden van die Geheim is moeilijk. Hoe leg je nu uit dat God de Vader, God de Zoon en de Heilige Geest niet drie goden zijn, maar Eén God, de Ene? Ineens ziet Augustinus een kindje dat ijverig met een schelp het water van de zee in een kuiltje giet. Nieuwsgierig vraagt Augustinus wat het aan het doen is. Het kind antwoordt dat het de zee in de kuil wil gieten. Natuurlijk merkt Augustinus op dat dit niet kan, dat is onbegonnen werk.
Het kind dat vaak wordt afgebeeld als een engel zegt dan:
“Zo is het ook voor de mensen onbegonnen werk het geheim van de Heilige Drie-eenheid te willen doorgronden” .
Wij geloven het omdat God zelf het zo door Zijn Eniggeboren Zoon onze Heiland openbaarde en we weten dat God Waarheid is en nooit liegt. Daarom bidden we met de hele Kerk: Eer aan de Vader en de Zoon en de Heilige Geest. Zoals het was in het begin en nu en altijd, en in de eeuwen der eeuwen. Amen.

Pastoor Ceriani

Pinksteren

Wind kun je wel voelen, maar niet pakken. Maar de wind is er wel. Dat merk je als het hard waait en er hebt de wind tegen. Dan moet je hard trappen om vooruit te komen. Maar als je de wind in de rug hebt, dan gaat het vanzelf. Zo iets zou je ook van de geest kunnen zeggen. De geest zie je niet, maar je kunt hem a.h.w. wel voelen als een zetje in de rug, een steuntje in de rug.
Met Pinksteren herden­ken wij dat de leerlingen van Jezus de wind in de rug krijgen. Een duwtje in de goede richting. Daardoor krijgen ze de moed om verder te gaan.. Hij is voor hen een steun in de rug. Zo worden zij op hun beurt een houvast voor andere mensen.
De Geest van God is er nog steeds. Ook in onze tijd kun je iets bemerken van het waaien van de Geest die mensen helpt en bezielt om het goede te doen. Hoeveel mensen zijn er niet, die elkaar opbeuren, moed inspreken, elkaar bezoeken en aandacht geven. Hoeveel mensen zijn er niet die de een of andere werkgroep b.v. in de parochie werken voor anderen? Het is allemaal het werk van Gods geest, die ons bijeenbrengt, die ons tot kerk maakt.

In de week voor Pinksteren staat één groep mensen centraal, die geïnspireerd door hun geloof, zich overal ter wereld inzetten voor anderen. Eén bepaalde groep van geest-mensen, begeesterde mensen: de Nederlandse missionarissen. Mannen en vrouwen! Het zijn er nog steeds honderden, die uitgezwermd over de hele wereld, in gezondheidszorg, onderwijs of gemeenschapsopbouw laten zien, hoe de geest van God mensen samenbrengt. Zij verrichten hun missie, hun zending, ook een stukje namens ons, en ook een stukje met onze hulp.
Daarom is de week voor Pinksteren de week van de Nederlandse Missionaris, een week, die wordt afgesloten op het Pinksterfeest. Natuurlijk ook met een collecte om hun  werk te kunnen blijven ondersteunen. Van harte bij u aanbevolen.

Pastor Kees Waas

Ik ben de wijnstok

Het beeld van de wijnstok en de ranken is geen beeld uit onze ervaringswereld maar we voelen best waar het om gaat: verbondenheid. En we weten allemaal, dat je verbonden voelen met anderen belangrijk is om te kunnen leven, zinvol en gelukkig te kunnen leven. Het kan bijvoorbeeld gaan om familiebanden, vriendschapsbanden, banden van werk, verenigingen, sportclubs. Bij deze laatste spreekt men vaak van teamgeest, die term zegt ons wellicht nog veel meer dan verbondenheid. Verbondenheid zou je passief op kunnen vatten, banden die er nu eenmaal zijn, maar teamgeest suggereert een actieve betrokkenheid. Teamgeest vraagt dat je niet voor jezelf speelt maar voor het team, voor de groep. Teamgeest kan vragen dat je je inzet en soms opoffert voor een gezamenlijk doel. Bij een voetbalwedstrijd gaat het er niet om hoeveel doelpunten een individuele speler maakt maar of het team de wedstrijd wint. Bij wielrennen heb je knechten die al hun krachten geven, niet om zelf te winnen, maar om de eerste man van het team te ondersteunen. Die teamgeest zou ook in het gewone leven moeten bestaan, overal waar mensen met elkaar leven en werken. Die teamgeest vraagt dat je niet voor je eigen belangen alleen leeft maar ook steeds aandacht hebt voor het welzijn van alle anderen in de groep, in de gemeenschap. Die teamgeest zou ervoor moeten zorgen dat niemand buitenspel komt te staan, dat er geen buitenbeentjes zijn die buiten de groep vallen en erbuiten gehouden worden. Die teamgeest vraagt dat persoonlijke sympathieën of antipathieën opzij gezet kunnen worden om als groep, als gemeenschap te kunnen functioneren. Jezus heeft het woord teamgeest nooit gebruikt, dat bestond in die tijd ook nog niet, maar het is wel het wezen van heel zijn boodschap. Het wordt verwoord in termen als liefde, je dienstbaar maken, je ondergeschikt maken aan de ander. Het zit ook in het beeld van de wijnstok en de ranken.

Pastor Kees Waas

Volgeling zijn

De vierde zondag van Pasen staat in het teken van de goede herder.

Wie is hij en wat doet hij voor zijn schapen?
Wie ooit in Drenthe op vakantie geweest is misschien wel eens een kudde tegengekomen met een schaapsherder en hond. Uiterlijke zie je niet direct of dit een goede is of niet. En als de schapen niet heel mager er uit zien kun je er eigenlijk niets over zeggen. Het draait dus om het innerlijk of iemand goed is of niet en echt zorg heeft voor de dieren die hem of haar zijn toevertrouwd.
En dit is nog maar een beeld. Want als Jezus zegt dat hij de goede Herder is dan zijn wij de schapen en hoedt Hij over ons. En Hij geeft zich innerlijk. Hij heeft hart voor ons en Hij laat ons niet in de steek als we ons bedreigd of angstig voelen. Ja dat is de Goede Herder, Hij kent ons van binnen en wij vertrouwen Hem op zijn woord en op zijn daden van liefde.

In deze dagen hebben we iemand nodig die we kunnen vertrouwen omdat we in een verwarrende tijd leven en we soms onzekere gevoelens hebben over de dag van morgen. Jezus heeft laten zien dat Hij God, zijn Vader vertrouwde en de Vader Hem, ja zelf over de grenzen van de dood. Laat ons de Goede Herder volgen, een betere is er niet.

Diaken Egbert Bornhijm

Hoogfeest Maria Boodschap

Toen de volheid van de tijd gekomen was heeft God zijn Zoon gezonden, geboren uit een Vrouw, geboren onder de Wet, opdat Hij hen die onder de Wet stonden, zou bevrijden en opdat wij de rang van zonen zouden verkrijgen; zo staat in de brief van sint Paulus (Gal 4,4-5). Maria, de reine Maagd van de Heer.
Haar boodschap is de vrouwelijke bereidheid voor de wonderbare Ontvangenis van het Goddelijk Kind. “De engel Gabriël werd door God naar een stad in Galilea gezonden met name Nazareth tot een Maagd. Zij was verloofd met een man die Jozef heette uit het Huis van David, en de naam van de Maagd was Maria.
De engel trad bij haar binnen en sprak: “Wees gegroet, Genadevolle..!”
Een van de beslissende uren van de wereldgeschiedenis want hier en op deze plaats is waarachtig in de volste zin van het woord Gods aanwezigheid onder de mensen begonnen.
Bedenken wij echter ook: dit beslissende uur van de wereldgeschiedenis was tegelijkertijd een van haar stilste uren. Een vergeten uur, dat in geen enkele krant stond en waarvan geen enkel geïllustreerd blad melding maakte of zou hebben gemaakt wanneer iets dergelijks er toen reeds was. Wat ons hier gezegd wordt is dus allereerst een geheim van de stilte. Het waarachtige grote groeit ongemerkt, en stilte op de juiste tijd is vruchtbaarder dan ononderbroken werken, wat maar al te gemakkelijk tot geestloze leegloop kan worden.
Wij allen zijn immers in deze tijd van onzichtbare vijanden en bestendige nieuwsberichten bezeten door een merkwaardige onrust, die in elk moment van stilte tijdverlies, in elk moment van rust een nalatigheid bespeurt.
Iedere gram tijd wordt gemeten en gewogen, en wij vergeten daardoor het eigenlijke geheim van de tijd, het geheim van de groei en het werk: de stilte. Alles verwachten en verhopen wij van ons werk, dat wij met allerlei oefeningen en activiteiten ons onttrekken aan het eigenlijke geheim van de innerlijke groei voor God.
En toch komt het in de geestelijke wereld van ons hart minstens evenveel aan op het ontvangen als op het doen.
En Maria zei: „Zie de dienstmaagd des Heren; mij geschiede naar Uw Woord.” En de engel ging van haar heen.

Pastoor Federico Ceriani