Nederlandse bisschoppen laten anderhalve meter-regel los bij voldoende ventilatie. Lees hier het hele bericht

Pastorale overweging

Zondag 19 september

Dat de denkwereld van God anders is dan die van mensen wordt elke keer weer duidelijk als we de bijbel lezen. Daarin zien we dat Jezus niet gekomen is om de knapste, de beste en de sterkste te zijn. Dat denken zijn leerlingen vaak wel. Het liefst zouden ze Jezus een kroon opzetten en dan zouden zij zich ook heel belangrijk kunnen voelen. Iedereen zou voor hen buigen. Herkenbaar?
In het Evangelie van deze zondag zijn ze aan het uitmaken wie van hen de eerste, de grootste is naast Jezus. Nee ik, nee ik proberen ze elkaar af te troeven. Om zijn woorden kracht bij te zetten tilt Jezus een kind op en zegt tegen zijn leerlingen. Jullie moeten zijn als deze. Jullie moeten het kleine verheffen en niet de grootste nog groter maken. En maak jezelf klein, wees dienstbaar aan een ander en dan treedt je pas de wereld van God binnen. Dan kun je iets voor deze aarde betekenen en anders ben je alleen maar met jezelf bezig.Stap van je voetstuk af, ga door de knieën. Als gelijke van kwetsbaren en kleinen ben je precies op maat voor God.

Egbert Bornhijm, diaken

Zomaar een uitspraak uit het boekje “Lieve Meneer God”,kinderen schrijven aan God.
Beste God, ik voel me nooit meer alleen sinds ze mij over u hebben verteld!

De geboorte van de H. Maagd Maria en Haar moederschap voor ons mensen

In de maand september heeft de Kerk twee mooie feesten van Maria, namelijk haar liturgische geboortedag en de gedachtenis van haar smarten onder het Kruis op Goede Vrijdag. Terecht laat de Kerk ons in een opwelling van vreugde zingen: “Uw geboorte, Moeder Gods en Maagd, heeft vreugde verkondigd aan de gehele wereld, want uit u is opgerezen de Zon der gerechtigheid, Christus onze God, die door de vloek te delgen ons zegening heeft gebracht en door de overwinning op de dood ons het eeuwige leven heeft geschonken”. Als de geboorte van een kind inderdaad vreugde brengt in de huiselijke kring, die nochtans niets weet omtrent zijn toekomst; hoeveel blijdschap moet de komst op deze wereld van haar die de Moeder van de Heiland zal zijn dan niet bewerken in het hart van allen die het heil en het leven verwachten! Met de heiligen mogen wij gerust aannemen dat God aan alle zielen “die de verlossing van Israël verbeidden” (Luc 2,38) een uitzonderlijke vreugde schonk, omdat thans het uur van ’s werelds heil aanstaande was. Maar deze blijdschap gold met name de gelukkige ouders Joachim en Anna; met zaligheid zagen zij neer op dat zalige kind, dat hun was geschonken op het einde van haar dagen en tegen alle hoop in. En wellicht vroegen zij zich af of zij niet een van die schakels zou zijn uit de gezegende stam waaruit de Koning zou voortkomen, die de troon van David zou herstellen en Israël zou redden. Zalig uw schoot, o Anna, welke haar heeft gedragen wier schoot het eeuwig Woord zal dragen, hem die door niets kan worden omvat, en die aan alle mensen de wedergeboorte zal brengen! Maria is vol van genade, maar ook vol van vreugde voor haar zelf en voor ons. In dit lieftallig kind, dat amper is geboren toont de liturgie ons de Moeder van Jezus, zozeer is Maria onafscheidelijk van haar Zoon, zozeer wordt zij alleen geboren voor Hem, om zijn Moeder te zijn en de onze te worden, door ons het ware leven, het leven der genade te schenken. Dat brengt ons echter tot aan het Kruis, waaronder zij de laatste wil van haar goddelijke Zoon ontving: Vrouw, zie daar uw zoon! Johannes de apostel nam Haar bij zich en Zij nam hem als kind over omdat God zo wilde. In Johannes waren alle gelovigen vertegenwoordigd, wij dus die Haar als onze lieve Moeder in de hemel erkennen. Zij kent de vreugde van Gods Moederschap en ook het lijden van ons mensen. Laten we deze maand als voorbereiding op de komende oktober maand van de rozenkrans al beleven. Maria Moeder van Smarten, bid voor ons! Wij wensen alle kinderen een goede start van de schooljaar toe!

Pastoor Federico Ceriani

Vakantie

Ons Nederlands woord “vakantie” stamt van het Latijnse werkwoord “vacare”. En “vacare” heeft twee betekenissen. Het betekent “vrij-zijn-van…”, maar ook “vrij-zijn-voor…”. En, inderdaad daarmee is precies gezegd wat vakantie inhoudt!
Vakantie, dat is vrij-zijn-van de dagelijkse beslommeringen van je werk en van je zorgen, is vrij-zijn-voor rust, ontspanning, genieten, tot jezelf komen!
Met die eerste betekenis van vakantie heeft niemand moeite. Wij ontdoen ons maar al te graag een tijdje van alle kopzorg. Wij vergeten een tijdje werk, school en buurt. Dat is niet zo moeilijk. Je bevrijden van de regelmaat en het ritme waarin je leven normaal een heel jaar verloopt. Vrij zijn van dit alles gaat als vanzelf.
Maar dat andere: vrij zijn voor rust en ontspanning. Gaat dat ook zo gemakkelijk? Vaak neemt de vakantieganger helaas zijn jachtige leefpatroon ook weer mee op vakantie. Urenlang rijden in ongezonde dampende files, en Gods mooie natuur heb je nauwelijks gezien. Het rumoer van stad en land wordt ontvlucht, je gunt je zogenaamd rust en wat doe je? Je brengt je dagen door op een volgepropt strand waar de ene geluidsbox de andere nog overstemt!
Blijkbaar hebben wij moeite met onze vrijheid voor echt genieten in alle rust en stilte.
“Komt nu eens zelf mee naar een eenzame plaats om alleen te zijn en rust daar wat uit” dat hoorden we Jezus vorige week in het evangelie tot zijn leerlingen zeggen, na een tijd van zware inspanningen. Na gedane arbeid is het goed rusten! Een wijsheid die wij ons in de vakantietijd ter harte mogen nemen!

Pastor Kees Waas

Zomaar alleen

Af en toe is het zo druk om ons heen, het lawaai buiten, op school of op het werk, dat we even helemaal alleen zouden willen zijn met enkel onze gedachten. Zo ook Jezus die, zo horen we dit weekend, altijd in het centrum van de aandacht staat. Ook Hij wil even alleen zijn om te bidden, om weer op adem te komen. Maar zoals dat gaat, mensen weten hem te vinden en blijven een beroep op hem doen. Jezus beziet ze met medelijden en vergelijkt ze als schapen zonder herder. Hij wil de mensen niet wegsturen om weer alleen te zijn; als een vader of moeder stuurt je je kinderen toch niet weg als ze huilend naar je toe komen? Stilte, alleen zijn, is vaak een spaarzaam goed voor mensen die volop in het leven staan. En toch, met de vakantie voor de deur, zouden er  momenten kunnen zijn die ons tijd en ruimte geven om bij God, bij onszelf en in gedachten ook bij anderen te zijn. Gevulde stilte zou je dat kunnen noemen, omringd door het mysterie van het bestaan en, nogmaals in gedachten, ons omringd te weten door hen die we liefhebben. Eigenlijk een moment om onze zegeningen te tellen en dankbaar te zijn voor het leven.

Diaken Egbert Bornhijm

Maria van de berg Karmel, Haven van geloof

Het feest van Onze Lieve Vrouw van de berg Karmel gedenkt de dag waarop de heilige Simon Stock, de eerste generale overste van de Karmelietenorde, een verschijning kreeg van Onze Lieve Vrouw op 16 juli 1251. Maria beloofde bijzondere zegen voor allen die in de loop der eeuwen haar scapulier zouden dragen. De Kerk heeft plechtig en herhaaldelijk deze Mariadevotie, ontstaan in Engeland, goedgekeurd, zodat de pausen aan allen die het scapulier dragen talrijke geestelijke voorrechten hebben verleend.
Maria van de Berg Karmel is de patrones van de zeelieden. Zij is de veilige haven, waarin wij onze toevlucht moeten nemen te midden van alle stormen van het leven. De devotie en verering van de Maagd van de Berg Karmel gaat terug tot de oorsprong van de orde der Karmelieten. De allerheiligste Maagd beloofde aan hen die tijdens hun leven en bij hun dood het scapulier droegen – ofwel de gezegende medaille met het Heilig Hart en de Maagd van de Berg Karmel, die dezelfde rol vervult -, de genade om de ‘volharding ten einde toe’ te verkrijgen; dat wil zeggen, een bijzondere bijstand in de laatste ogenblikken van hun leven. De devotie tot het heilig scapulier van de Berg Karmel toont ons aan, dat wij zeker kunnen zijn van de moederlijke bijstand van de Maagd. Zoals men trofeeën en medailles gebruikt om betrekkingen van vriendschap, herinnering of zege aan te duiden, zo geven wij een innige betekenis aan het scapulier om ons heel vaak te herinneren aan onze liefde voor de Maagd en aan haar gezegende bescherming.
Zij neemt ons bij de hand en leidt ons, alle dagen van ons leven hier op aarde, over een veilige weg, zij helpt ons moeilijkheden en bekoringen te overwinnen: zij laat ons nooit in de steek, want zij is gewoon hen te begunstigen die zich onder haar bescherming willen stellen.
Tijdens zijn bezoek aan Santiago de Compostela wenste paus Johannes Paulus II allen toe: “Dat de Maagd van de Berg Karmel […] u altijd moge vergezellen.

Pastoor Federico Ceriani

Profeten

Profeten zien hoe het zou moeten zijn in een samenleving, ze spreken hun idealen uit, ze leveren kritiek op degenen die tegen hun idealen ingaan en omdat ze vaak hun vinger op zere plekken leggen, omdat ze vaak op lange tenen trappen van mensen die hun eigen gang willen gaan, krijgen ze volop te maken met onbegrip en tegenwerking. Profeten kunnen heel lastige mensen zijn.
Jezus was zo’n profeet. Hij bracht een boodschap, een boodschap van liefde, van zorg voor de medemens, een boodschap van oprechtheid en waarachtigheid. Velen vonden het prachtig: ze voelden zich aangesproken. Anderen vonden hem maar een verwaande kwast, wat verbeelde hij zich wel? Hij kwam in conflict met de joodse overheid, omdat die meer waarde hechtte aan de letter van de wet dan aan het welzijn van de mensen. Zijn kritiek op hun houding was ongezouten. Geen wonder dat hij uit de weg geruimd moest worden.
Profeten van alle tijden hebben onbegrip en tegenwerking ontmoet. Profetische mensen die zich uitspraken op het gebied van arbeidersrechten, over de milieuvervuiling, over schendingen van mensenrechten, over vrede en ontwapening, over ontwikkelingen in de kerk, ze hebben praktisch allemaal ervaren, dat ze een zware taak op zich genomen hadden, soms zelfs te zwaar.
Horen, zien en zwijgen is meestal veel gemakkelijker, ook voor ons.
En toch, als wij echt Jezus’ volgelingen willen zijn, als wij echt in zijn boodschap geloven, hem echt serieus nemen, als we zijn weg willen gaan van waarachtigheid, van dienstbaarheid, dan mogen ook wij niet altijd zwijgen als we zien of horen hoe in onze samenleving mensen in de knel komen, hoe men vaak negatief spreekt over minderheden, hoe men zorg voor de kleine verwaarloost. Dan moeten we onszelf niet toestaan bij die zwijgende meerderheid te horen. Maar hebben wij de moed en de kracht in ons om dat op te brengen?        

Pastor Kees Waas

Leven

Als iemand pas gestorven is lijkt het vaak of iemand slaapt en op
een ogenblik weer wakker zal worden.De dood blijft zo onwerkelijk dat we haast niet kunnen geloven dat al het leven helemaal uit iemand weg is. Het was gewoon en vanzelfsprekend dat iemand bij ons was en jaar in en uit ons ‘s morgens groette en ‘s avonds wel te rusten zei. Dat op een gegeven moment dit stopt is haast niet te vatten. Zo ook in het evangelie van deze zondag. De dochter van een Overste van de synagoge  is  ernstig ziek en iedereen is met haar en haar familie begaan. De vader is ten einde raad en smeekt Jezus mee te gaan naar zijn huis om iets voor haar te doen. Maar op weg daar naar toe bereikt hen het nieuws dat het dochtertje gestorven is. Jezus zegt echter: ze slaapt. En hoewel niemand Hem geloven wil, misschien de vader tegen alle wanhoop in, zegt hij tegen het dochtertje: sta op en het meisje richt zich op en begint in de kamer te lopen. Voor ons is duidelijk dat Jezus het meisje weer tot leven heeft gewekt. Die macht heeft Hij.
Maar het is ook het geloof van de Overste ín Jezus dat dit mogelijk maakt. Anders was hij nooit naar Hem toe gegaan. Geloof is een gave om in diepe nood God aan te roepen en alles, ja zelf het leven, in zijn hand te leggen. Dat doen wij nog steeds.
En zelfs als iemand komt te overlijden dan nog zeggen we, met het geloof in Jezus, hij of zij leeft: bij God, bij de engelen, bij allen die ons lief waren.

Diaken Egbert Bornhijm

Heilige Lidwina

Lidwina werd in 1380 te Schiedam geboren. Ten gevolge van een noodlottige val op het ijs als zij nog 15 jaar oud was, brak zij haar heup en was gedurende 38 jaar bedlegerig. Met 19 jaar was zij helemaal verlamd. Rond die tijd, was zij nog ongeduldig onder zulke beproevingen en nog niet uit eigen beweging onderworpen aan God, door wie toch niets op aarde zonder reden geschiedt. Wanneer zij haar vriendinnen die haar kwamen bezoeken, gezond en vrolijk zag, terwijl zij zelf zwaar ziek was, verlangde zij er meer naar samen met de anderen gezond te zijn van lijf en leden, dan innerlijk gelukkig te zijn door de deugd van geduld. En omdat zij nog geen smaak had in het geestelijke en niet wist wat God het meest behaagde noch dat zij Hem ook binnen haar ziekte en moeilijke toestand Hem vinden kon, klaagde zij soms en treurde zij vaak over haar lijden. Dan weende zij zulke bittere tranen dat zij door niemand getroost wilde worden.

Tot hier toe was zij niets anders dan elke mens van onze tijd. Toch zij nam wél aan de raad van de priester Johannes Pot, die gewoon was haar tweemaal per jaar de heilige communie te brengen en haar kwam bezoeken. Hij ried haar aan zich welbewust aan Gods wil over te geven en zich toe te leggen op de overweging van het lijden des Heren. Aanvankelijk deed zij het met weinig toeleg en vond in deze overweging er niet onmiddellijk baat bij. Zij voelde tegenzin opkomen en wierp zij als bittere alsem weg, wat zij in haar hart had opgenomen maar wat nog niet diep was geworteld. Met verdere hulp van haar biechtvader kon zij haar tegenzin overwinnen.

God schonk haar na verloop van tijd zoveel troost dat zij gaarne verklaarde zich volmaakt te willen verloochenen. Van God ontving zij de gave om mensen die haar kwamen bezoeken en om haar gebed vroegen te genezen.

Zijzelf zei later dat als zij door het bidden van één Weesgegroet haar algehele genezing zou kunnen verkrijgen, zou zij dit toch niet doen of wensen. Ongetwijfeld was deze verandering heel radicaal en zou vandaag bij velen bevreemding opwekken. Toch was zij op haar ziekbed aangetrokken en verlokt door de verborgen zoetheid van ’s Heren lijden. Hierin vond zij het verborgen manna, en zij werd met vreugde over zoveel zoetheid vervuld. Te midden van haar lijden was zij een voorbeeld van heldhaftig geduld en van uitzonderlijke liefde tot God en haar medemensen. Op 14 april 1433 werd zij uit haar voortdurende beschouwing van Christus’ passie opgeroepen tot het aanschouwen van zijn heerlijkheid. Haar verering werd in 1890 officieel erkend, toen paus Leo XIII haar liturgische viering goedkeurde. Tevoren was een deel van haar relieken, die in 1615 om veiligheidsredenen naar Brussel waren overgebracht, op 14 juni 1871 naar haar geboortestad Schiedam teruggebracht. De gegeven details in haar biografieën hebben de moderne medische opvatting tot de conclusie gebracht dat de heilige Lidwina leed aan een vorm van multiple sclerose, waardoor zij het vroegst gedocumenteerde geval van deze ziekte is. Zij was en blijft een voorbeeld van zingeving aan een bestaan dat er voor velen geen nut meer zou hebben en bijna zinloos beschouwd wordt. Moge haar geduld en liefde ons inspireren!

Pastoor Federico Ceriani

Groeikracht

Een jongeman had een droom. Hij ging een winkel binnen en achter de toonbank zag hij een engel staan. Hij vroeg: “Wat hebt u te koop, meneer”? De engel antwoordde: “Alles wat u maar wilt!”
De jongeman begon meteen te bestellen: “Dan zou ik graag overal een democratische regering willen hebben, het einde van alle oorlogen in de wereld, betere levensomstandigheden voor de randgroeperingen in onze samenleving, opheffing van alle krottenwijken in de derde wereld en . . . ” Maar nu viel de engel hem in de rede: “Neem me niet kwalijk, jongeman. Ik ben bang dat u me verkeerd begrepen hebt. Wij verkopen hier geen vruchten, we verkopen alleen zaden.”
Net als die jongeman uit het verhaaltje willen ook wij het liefst alles meteen kant en klaar: ook wat belangrijke zaken in de wereld betreft, zoals vrede overal, of betere leefomstandigheden voor mensen die aan de rand van de samenleving leven, maar we vergeten dat de die zaken de vrucht zijn van een langzaam proces, we vergeten dat we eerst het zaad moeten zaaien. We vergeten dat we daarvoor eerst de grond moeten bewerken, want anders kan het zaad niet ontkiemen. We vergeten dat we moeten wieden en schoffelen en sproeien. Nee, we willen meteen het product. En als dat er niet is, dan zeggen we: vrede of goede leefomstandigheden voor iedereen? Een onmogelijke droom, dat komt toch nooit! En dan gaan we met de armen over elkaar zitten en gebeurt er ook niets meer.
Maar als je niet met zaaien begint, dan zullen er ook nooit geen vruchten zijn. En wie het aandurft te zaaien, die mag hopen dat er, op de lange termijn, toch vruchten komen, zelfs hele goede vruchten.
Als wij in Jezus en zijn boodschap geloven, dan moeten we blijven zaaien, blijven werken met veel geduld en doorzettingsvermogen, dan mogen we blijven hopen dat het toch ooit vrucht zal dragen, ook al wordt ons geduld misschien wel op de proef gesteld.
Maar geduldig hopen op vruchten zit vast aan elk groeiproces!     

Pastor Kees Waas

Sacramentsdag

Na het hoogfeest van Pinksteren kent de kerk nog twee opvolgende zondagen die voor het dieper verstaan van het geloof gevierd worden. Drievuldigheidszondag:

God als Vader, Zoon en Heilige Geest en Sacramentsdag.

De kerk telt zeven sacramenten die terug te voeren zijn op het geloof en handelen van Jezus. Daarbij springt er één uit: de Eucharistie.
De lezingen van Sacramentsdag zoomen dan ook in op de laatste keer dat Jezus met zijn leerlingen aan tafel zat en ze daar brood en wijn met elkaar deelden.
Een maaltijd die door zijn naderende dood een geheel andere betekenis kreeg. “Dit is mijn Lichaam en dit is mijn Bloed” want Hij schonk zich weg aan het kruis en gaf zich terug aan Zijn Vader om ons te redden van al wat wij verkeerd doen, onze zonden.
Tegen zijn leerlingen zei Hij op het eind: “Blijft dit doen om mij te gedenken”, en dat doen we als we bij elkaar komen in de Eucharistie. Zo blijft Jezus Christus het meest zichtbaar en reëel onder ons aanwezig en stellen wij ons telkens open voor zijn H. Geest om ons te bezielen.

Soms is het ontvangen van de communie een gewoontegebaar geworden zonder dat we daar veel bij nadenken. Ik hoop dat er toch een moment mag zijn dat we in dankbaarheid de Heer ontvangen.

Diaken Egbert Bornhijm

Zondag van de Allerheiligste Drieeenheid

Na het hoogfeest van Pinksteren viert de Kerk elk jaar het grootste Geheim, namelijk dat de enige ware God Zichzelf als Drievuldig openbaar heeft. In het mysterie van de Ene en Drievuldige God geloven wij dat van alle eeuwigheid en vóór de stoffelijke schepping en buiten de tijd, de Ene God, Zichzelf uitdrukte in een volmaakt Woord, alles bevattend wat Hij zelf is.  Het Woord dat God sprak, was en is een volmaakte zelfexpressie, dus volmaakt bezittend wat Hij die spreekt, is: het Zijn, Alwetendheid, Almacht, Waarheid, Schoonheid en ook Persoonschap. Dus van alle eeuwigheid is er God die sprak en het Woord dat was gesproken, de God die Voortbrengt en de God die is Voortgebracht, ware God uit de ware God, Verwekker en Verwekte, Vader en Zoon. Er was nooit een tijd dat het anders was.
Deze Personen, verenigd en verbonden door de zelfgave van onderlinge liefde, de Heilige Geest, aanschouwen en beschouwen elkaar eeuwig. Deze zelfgave, de Gift bij uitstek gegeven en volmaakt ontvangen kan niets anders zijn volmaakt en dus alles  bevattend wat elk van de Personen bezit: het Zijn, Alwetendheid, Almacht, Waarheid, Schoonheid  en ook Persoonschap. Daarom bestaan van alle eeuwigheid drie onderscheiden Goddelijke Personen, één ondeelbare goddelijke natuur bezittend, Vader, Zoon en de volmaakte zelfgave van liefde onderling, de Heilige Geest. Een bekende anekdote van de kerkvader sint Augustinus vertelt dat hij peinzend langs het strand van de zee liep. Hij was bezig met zijn boek over de Drie-eenheid.
Het doorgronden van die Geheim is moeilijk. Hoe leg je nu uit dat God de Vader, God de Zoon en de Heilige Geest niet drie goden zijn, maar Eén God, de Ene? Ineens ziet Augustinus een kindje dat ijverig met een schelp het water van de zee in een kuiltje giet. Nieuwsgierig vraagt Augustinus wat het aan het doen is. Het kind antwoordt dat het de zee in de kuil wil gieten. Natuurlijk merkt Augustinus op dat dit niet kan, dat is onbegonnen werk.
Het kind dat vaak wordt afgebeeld als een engel zegt dan:
“Zo is het ook voor de mensen onbegonnen werk het geheim van de Heilige Drie-eenheid te willen doorgronden” .
Wij geloven het omdat God zelf het zo door Zijn Eniggeboren Zoon onze Heiland openbaarde en we weten dat God Waarheid is en nooit liegt. Daarom bidden we met de hele Kerk: Eer aan de Vader en de Zoon en de Heilige Geest. Zoals het was in het begin en nu en altijd, en in de eeuwen der eeuwen. Amen.

Pastoor Ceriani

Pinksteren

Wind kun je wel voelen, maar niet pakken. Maar de wind is er wel. Dat merk je als het hard waait en er hebt de wind tegen. Dan moet je hard trappen om vooruit te komen. Maar als je de wind in de rug hebt, dan gaat het vanzelf. Zo iets zou je ook van de geest kunnen zeggen. De geest zie je niet, maar je kunt hem a.h.w. wel voelen als een zetje in de rug, een steuntje in de rug.
Met Pinksteren herden­ken wij dat de leerlingen van Jezus de wind in de rug krijgen. Een duwtje in de goede richting. Daardoor krijgen ze de moed om verder te gaan.. Hij is voor hen een steun in de rug. Zo worden zij op hun beurt een houvast voor andere mensen.
De Geest van God is er nog steeds. Ook in onze tijd kun je iets bemerken van het waaien van de Geest die mensen helpt en bezielt om het goede te doen. Hoeveel mensen zijn er niet, die elkaar opbeuren, moed inspreken, elkaar bezoeken en aandacht geven. Hoeveel mensen zijn er niet die de een of andere werkgroep b.v. in de parochie werken voor anderen? Het is allemaal het werk van Gods geest, die ons bijeenbrengt, die ons tot kerk maakt.

In de week voor Pinksteren staat één groep mensen centraal, die geïnspireerd door hun geloof, zich overal ter wereld inzetten voor anderen. Eén bepaalde groep van geest-mensen, begeesterde mensen: de Nederlandse missionarissen. Mannen en vrouwen! Het zijn er nog steeds honderden, die uitgezwermd over de hele wereld, in gezondheidszorg, onderwijs of gemeenschapsopbouw laten zien, hoe de geest van God mensen samenbrengt. Zij verrichten hun missie, hun zending, ook een stukje namens ons, en ook een stukje met onze hulp.
Daarom is de week voor Pinksteren de week van de Nederlandse Missionaris, een week, die wordt afgesloten op het Pinksterfeest. Natuurlijk ook met een collecte om hun  werk te kunnen blijven ondersteunen. Van harte bij u aanbevolen.

Pastor Kees Waas

Ik ben de wijnstok

Het beeld van de wijnstok en de ranken is geen beeld uit onze ervaringswereld maar we voelen best waar het om gaat: verbondenheid. En we weten allemaal, dat je verbonden voelen met anderen belangrijk is om te kunnen leven, zinvol en gelukkig te kunnen leven. Het kan bijvoorbeeld gaan om familiebanden, vriendschapsbanden, banden van werk, verenigingen, sportclubs. Bij deze laatste spreekt men vaak van teamgeest, die term zegt ons wellicht nog veel meer dan verbondenheid. Verbondenheid zou je passief op kunnen vatten, banden die er nu eenmaal zijn, maar teamgeest suggereert een actieve betrokkenheid. Teamgeest vraagt dat je niet voor jezelf speelt maar voor het team, voor de groep. Teamgeest kan vragen dat je je inzet en soms opoffert voor een gezamenlijk doel. Bij een voetbalwedstrijd gaat het er niet om hoeveel doelpunten een individuele speler maakt maar of het team de wedstrijd wint. Bij wielrennen heb je knechten die al hun krachten geven, niet om zelf te winnen, maar om de eerste man van het team te ondersteunen. Die teamgeest zou ook in het gewone leven moeten bestaan, overal waar mensen met elkaar leven en werken. Die teamgeest vraagt dat je niet voor je eigen belangen alleen leeft maar ook steeds aandacht hebt voor het welzijn van alle anderen in de groep, in de gemeenschap. Die teamgeest zou ervoor moeten zorgen dat niemand buitenspel komt te staan, dat er geen buitenbeentjes zijn die buiten de groep vallen en erbuiten gehouden worden. Die teamgeest vraagt dat persoonlijke sympathieën of antipathieën opzij gezet kunnen worden om als groep, als gemeenschap te kunnen functioneren. Jezus heeft het woord teamgeest nooit gebruikt, dat bestond in die tijd ook nog niet, maar het is wel het wezen van heel zijn boodschap. Het wordt verwoord in termen als liefde, je dienstbaar maken, je ondergeschikt maken aan de ander. Het zit ook in het beeld van de wijnstok en de ranken.

Pastor Kees Waas

Volgeling zijn

De vierde zondag van Pasen staat in het teken van de goede herder.

Wie is hij en wat doet hij voor zijn schapen?
Wie ooit in Drenthe op vakantie geweest is misschien wel eens een kudde tegengekomen met een schaapsherder en hond. Uiterlijke zie je niet direct of dit een goede is of niet. En als de schapen niet heel mager er uit zien kun je er eigenlijk niets over zeggen. Het draait dus om het innerlijk of iemand goed is of niet en echt zorg heeft voor de dieren die hem of haar zijn toevertrouwd.
En dit is nog maar een beeld. Want als Jezus zegt dat hij de goede Herder is dan zijn wij de schapen en hoedt Hij over ons. En Hij geeft zich innerlijk. Hij heeft hart voor ons en Hij laat ons niet in de steek als we ons bedreigd of angstig voelen. Ja dat is de Goede Herder, Hij kent ons van binnen en wij vertrouwen Hem op zijn woord en op zijn daden van liefde.

In deze dagen hebben we iemand nodig die we kunnen vertrouwen omdat we in een verwarrende tijd leven en we soms onzekere gevoelens hebben over de dag van morgen. Jezus heeft laten zien dat Hij God, zijn Vader vertrouwde en de Vader Hem, ja zelf over de grenzen van de dood. Laat ons de Goede Herder volgen, een betere is er niet.

Diaken Egbert Bornhijm

Hoogfeest Maria Boodschap

Toen de volheid van de tijd gekomen was heeft God zijn Zoon gezonden, geboren uit een Vrouw, geboren onder de Wet, opdat Hij hen die onder de Wet stonden, zou bevrijden en opdat wij de rang van zonen zouden verkrijgen; zo staat in de brief van sint Paulus (Gal 4,4-5). Maria, de reine Maagd van de Heer.
Haar boodschap is de vrouwelijke bereidheid voor de wonderbare Ontvangenis van het Goddelijk Kind. “De engel Gabriël werd door God naar een stad in Galilea gezonden met name Nazareth tot een Maagd. Zij was verloofd met een man die Jozef heette uit het Huis van David, en de naam van de Maagd was Maria.
De engel trad bij haar binnen en sprak: “Wees gegroet, Genadevolle..!”
Een van de beslissende uren van de wereldgeschiedenis want hier en op deze plaats is waarachtig in de volste zin van het woord Gods aanwezigheid onder de mensen begonnen.
Bedenken wij echter ook: dit beslissende uur van de wereldgeschiedenis was tegelijkertijd een van haar stilste uren. Een vergeten uur, dat in geen enkele krant stond en waarvan geen enkel geïllustreerd blad melding maakte of zou hebben gemaakt wanneer iets dergelijks er toen reeds was. Wat ons hier gezegd wordt is dus allereerst een geheim van de stilte. Het waarachtige grote groeit ongemerkt, en stilte op de juiste tijd is vruchtbaarder dan ononderbroken werken, wat maar al te gemakkelijk tot geestloze leegloop kan worden.
Wij allen zijn immers in deze tijd van onzichtbare vijanden en bestendige nieuwsberichten bezeten door een merkwaardige onrust, die in elk moment van stilte tijdverlies, in elk moment van rust een nalatigheid bespeurt.
Iedere gram tijd wordt gemeten en gewogen, en wij vergeten daardoor het eigenlijke geheim van de tijd, het geheim van de groei en het werk: de stilte. Alles verwachten en verhopen wij van ons werk, dat wij met allerlei oefeningen en activiteiten ons onttrekken aan het eigenlijke geheim van de innerlijke groei voor God.
En toch komt het in de geestelijke wereld van ons hart minstens evenveel aan op het ontvangen als op het doen.
En Maria zei: „Zie de dienstmaagd des Heren; mij geschiede naar Uw Woord.” En de engel ging van haar heen.

Pastoor Federico Ceriani