Het sacrament van de verzoening, ook wel ‘biecht’ genoemd, kun je het sacrament van de innerlijke bevrijding noemen: het bevrijd je van schuld en kwaad. Mensen doen dingen die verkeerd zijn. Dat erkennen is enerzijds niet makkelijk, zeker niet in deze tijd waarin een beeld heerst van de perfecte mens. Anderzijds kan het genezend zijn, zeker als men weet dat iemand onze beperkingen en fouten erkent, maar ook die kan vergeven. Dat is nu precies waar het over gaat in het sacrament van de verzoening. God vergeeft het kwaad dat de berouwvolle mens heeft aangericht en richt hem weer op. De vergeving die God schenkt voegt iets toe aan de mens, namelijk wist de schuld eerst uit en zet vervolgens de mens in Gods genade. Het uitspreken van vergeving maakt dat de levenskracht die door het kwaad werd geraakt, hersteld wordt. God vergeeft alle kwaad als mensen berouw tonen en oprecht tot inkeer willen komen.
Om de juiste omvang hiervan te begrijpen is ’t passend te herinneren aan wat men aan het begin van elke heilige Mis bidt, namelijik: ‘ik belijd voor de almachtige God, en voor u allen, dat ik gezondigd heb in woord en gedachte, in doen en laten; door mijn schuld, door mijn schuld, door mijn grote schuld’… enzovoorts. Gewoonlijk maakt de gelovige persoon er gebruik van een gewetensonderzoek om naar Gods Geboden in zichzelf te keren en helder onderscheid te kunnen maken over eigen daden, misstappen, nalatigheden en verzuimenissen in woord en gedachte, in doen en laten begaan door gebrek aan liefde tot God en de naaste. Daarnaast zoekt men dus een hiertoe geldig afgevaardigde kerkelijke bedienaar (bisschop of priester) opdat hij de biecht afneemt. Berouw en de goede voornemen om het kwaad voortaan te willen vermijden zijn onontbeerlijke voorwaarden en wezenlijke elementen van de belijdenis ten overstaan van de priester. Afgerond wordt de verzoening meestal door gebed en/of een weldaad te verrichten tegenover de naaste naar aanwijzing van de priester in de sacramentele penitentie (geestelijke boetedoening).
Het kan ook gebeuren, nadat men een goede gewetensonderzoek gemaakt heeft, dat men bij sommige zondige handelingen een probleem of hindernis treft – om ze in de toekomst omwille van God daadwerkelijk te willen vermijden -; dan is ’t beter dat men, oprecht tegenover God en consequent met zijn eigen zwakheid of eigendunk, voortaan bij het bijwonen van de heilige Mis niet meer ter communie gaat todat men die hindernis kan overwinnen en zich los maakt van die zonde. Zo kan men echt Gods vergeving vragen en ontvangen en in zijn genade blijven. Indien men bewust van zonde blijft hardnekkig ter communie gaan, begaat men heiligschennis en men blijft God hiermee telkens beledigen en onteren. Op die wijze heeft bijgevolg absoluut geen zin meer om Hem te komen vereren in het bijwonen van het offer van Jezus Christus op zondag (het heilig Misoffer). Het is dan beter om in zichzelf te keren en nederigheid en echte berouw in het gebed te zoeken. Deze bijbelse tekst kan die situatie wellicht helpen verduidelijken: Mattheüs 5, 23-26: ’23 Als gij uw gave komt brengen naar het altaar en daar schiet u te binnen dat uw broeder iets tegen u heeft, 24 laat dan uw gave voor het altaar achter, ga u eerst met uw broeder verzoenen en kom dan terug om uw gave aan te bieden. 25 Haast u het eens te worden met uw tegenpartij, zolang ge nog met hem onderweg zijt; anders zou uw tegenpartij u wel eens aan de rechter kunnen overleveren, en de rechter u aan de gerechtsdienaar, en zoudt gij in de gevangenis worden geworpen. 26 Voorwaar, Ik zeg u: Ge zult daar niet uitkomen, voordat ge tot de laatste penning hebt betaald’.
Voor het concreet ontvangen van dit sacrament kunt u gerust de priester vóór of na de Eucharistievieringen aanspreken of ook telefonisch contact binnen de openingstijden opnemen via : 0162- 511 551 of via email hier met de priester in het pastoraalteam afspreken.

