Activiteiten voor kinderen klik hier

Sleutelteksten uit het Evangelie

Hier worden enige teksten uit de Heilige Schrift voorgesteld welke ‘sleutelwoorden’ zijn, d.w.z., die als het ware een ruggengraat uitmaken: 

1. Christus’ woorden op Paaszondag over de volmacht verleend aan zijn leerlingen, de twaalf Apostelen om zonden kwijt te schelden en vergeven: ‘In de avond van die eerste dag van de week, toen de deuren van de verblijfplaats der leerlingen gesloten waren uit vrees voor de Joden, kwam Jezus binnen, ging in hun midden staan en zei: “Vrede zij u.” Na dit gezegd te hebben toonde Hij hun zijn handen en zijn zijde. De leerlingen waren vervuld van vreugde toen zij de Heer zagen. Nogmaals zei Jezus tot hen: “Vrede zij u. Zoals de Vader Mij gezonden heeft, zo zend Ik u.” Na deze woorden blies Hij over hen en zei: “Ontvang de Heilige Geest. Aan wie ge de zonden vergeeft, zijn ze vergeven, en aan wie ge ze niet vergeeft, zijn ze niet vergeven.” (Evangelie van sint Johannes 20, 19-23). Soms hoort men hoe mensen in onze omtrek clichématig zegswijzen herhalen als ‘de biecht is afgeschaft’. Het sacrament is en blijft altijd vrijwillig te gebruiken, maar niemand kan ’t afschaffen omdat God zelf het instelde; deze tekst laat zien hoe en wanneer, namelijk door Christus’ wil op de dag van zijn overwinning op Duivel, zonde en dood, op de dag dus van zijn Opstanding uit de doden, Paaszondag. Er is geen plechtiger dag dan deze; en op die dag precies stelde Christus Jezus het Sacrament van verzoening door de volmacht om zonden te vergeven aan zijn Twaalf Apostelen toe te staan. De verzoening in het biechtsacrament is de concrete toepassing van de Verlossing op elke vrije mens, die het Geloof aanvaardt en zich eerst laat dopen. De Apostelen later besloten om deze volmacht ‘door te geven’ op mannen hiertoe gewijd door de oplegging van hun handen als teken van de toewijding; diegene zijn de aangestelde ‘oudsten‘ van de kerkgemeenschap; d.w.z., de presbyters zoals in het Griekse originele tekst staat. Het Griekse woord presbyter is de wortel van ons Germaans woord ‘priester‘. De Apostelen dus gaven de volmacht aan hun navolgers bisschoppen (opperpriesters) en priesters door. Bij hen berust bijgevolg de volmacht nog steeds vandaag om zonden kwijt te schelden, wat precies in de biecht gebeurt. 

 

2.