Bisschop Liesen schrijft pastorale brief over de kerkgebouwen

12 april 2018

“Parochies zijn trots op hun kerkgebouwen, en dat zijn ze met recht en met reden. Voor de parochiebesturen zijn de kerkgebouwen echter niet alleen een lust: ze geven ook zorgen.” Dit schrijft bisschop Liesen in een pastorale brief over de kerkgebouwen aan de pastoors, parochiebesturen en leden van pastorale teams in het Bisdom Breda. De bisschop schrijft de brief, omdat steeds vaker de vraag klinkt naar gebruiksmogelijkheden voor kerkgebouwen in en door de parochie.

Het onderhoud van de gebouwen gaat de mogelijkheden van een parochiebestuur vaak te boven, en in meerdere parochies zijn de kerkgebouwen groter (in omvang en getal) dan nodig is voor de dagelijkse en wekelijkse pastorale behoefte. Parochies werken daarom met een gebouwenplan, als een van de onderdelen van een parochieplan. Met het oog op de toekomst denken ze na over de materiële en de immateriële aspecten van de kerkgebouwen.

De bisschop geeft in zijn brief aan waarom een kerkgebouw een bijzonder gebouw is. Door de kerkwijding is het een “huis van God” (‘domus Dei’). Bij de wijding van de kerk worden twaalf kruisjes in de muren van de kerk gezalfd. Dat gebeurt met hetzelfde heilige Chrisma als waarmee vormelingen sacramenteel gevormd worden. Mgr. Liesen: “De muren van een katholieke kerk omsluiten zo een gewijde ruimte die bestemd is voor de ontmoeting van God en mensen in de eredienst. […] De gewijde kerkruimte is de plaats waar mensen, gesterkt door Woord en Sacrament, gezonden worden om hun taken in Kerk en wereld te hernemen.”

In zijn brief schrijft de bisschop over: 1) het gebruik van kerken voor de eredienst, 2) niet-liturgisch gebruik van kerken, 3) de omgang met kerken die voor de eredienst gesloten zijn.

Waar het gaat om het gebruik voor de eredienst wordt een onderscheid gemaakt tussen een ‘Parochiekerk’, een ‘Kerk’ en een ‘Kapel. Daarnaast wordt ook de ‘Devotiekapel’ genoemd. De parochiekerk is het kerkgebouw waar de liturgie van de Kerk in haar volheid wordt gevierd, met op een vast tijdstip op zondag de viering van de eucharistie, en met een eucharistieviering op de kerkelijke (hoog)feesten. De bisschop vraagt aan de pastoors om met hun pastorale teams en de parochiebesturen in hun parochies één kerk aan te wijzen die als ‘Parochiekerk’ geldt. Andere kerken, die de parochie (nog) wil behouden als gebouwen voor de eredienst, kunnen een ‘kerk’ of ‘kapel’ worden. De meeste parochies hebben inmiddels, in overleg met het bisdom, een van hun kerkgebouwen als ‘Parochiekerk’ aangewezen. De parochies die dat nog niet gedaan hebben, worden gevraagd om de bisschop daarover een voorstel te doen.

Waar het gaat om niet-liturgisch gebruik, schrijft de bisschop dat de gewijde ruimte alleen voor de eredienst is bestemd. Door herinrichting van het kerkgebouw kan echter de gewijde ruimte worden verkleind. Het profane deel kan vervolgens worden gebruikt voor pastorale en sociale activiteiten die catechetisch, evangeliserend, diaconaal of kerkopbouwend van aard zijn.

Ook kerken die voor de eredienst zijn gesloten vragen om een zorgvuldige omgang. Een kerk wordt voor de eredienst gesloten, wanneer er geen liturgie meer wordt gevierd in de kerk. De verantwoordelijkheid hiervoor ligt bij de pastoor, die de keuze daartoe maakt in samenspraak met het parochiebestuur en het pastoraal team, en met instemming van de bisschop. De kerk blijft gewijde ruimte. Pas wanneer de gesloten kerk een andere bestemming krijgt, wordt de kerk door de bisschop aan de eredienst onttrokken.

Het proces van het maken van de juiste keuzes is complex en vraagt veel expertise. Om parochiebesturen te helpen bij het opstellen van een gebouwenplan heeft het bisdom al eerder, in 2013, een speciale Analecta uitgegeven. Deze is nog steeds een goed hulpmiddel voor besturen om een gebouwenplan op te stellen.

(bisdom Breda)

Voor de gehele tekst van de pastorale brief: zie link hiernaast